picture of my desk

Fred Hemmering - toneelschrijver

home

bio

boekenkast

de club

teksten


blogjes

autisme zoals
het is

kill your darlings

een kerststuk?

een dunne rand

handleiding toneelschrijven

playwright

verse bedenking

van scène tot scène

toneelschrijver in de lift

mijn leest

snookertafel


triviant


verder

Schrijverscafé

Toneelschrijfhuis

Jan Veldman

Patricia Kuiper

Marjo Baars

Theatergroep
Troost

Pankras

theater
encyclopedie

fijn potlood

snookertafel

Ik heb weer eens een boek gekocht, 'Dialogen schrijven' van Don Duyns. Ik denk te veel. Als ik te veel denk, koop ik een boek. Iets wat ik nog niet heb. Dat is niet moeilijk, want je ziet op de bestelsite altijd een plaatje van de voorkant. Deze voorkant had ik nog niet.
Toen ik mijn bestelling had afgerond, bleef ik toch nog een hele ochtend ongedurig piekeren. Ik was me aan het afvragen hoeveel dingen je eigenlijk in een scene kan proppen. Informatie bedoel ik. Waar stop je die informatie ook al weer? Ik kwam er even niet meer uit. Het stuk waar ik mee bezig ben, wordt nogal vol. Veel te vol. En het moet ook allemaal wat betekenen, vind ik.
Zo had ik vorige week dinsdag een levensgrote snookertafel midden op het toneel verzonnen. Die staat daar dan functioneel lekker in de weg. Geen van de personages zal dan in het midden kunnen zijn, of hooguit boven op het groene, of bij de grote tournooien blauwe, tafellaken springen. Dat leek me van toepassing. Ik zag allemaal mogelijkheden. Het moeilijk bereikbare midden als symbool voor een bemiddelende positie tussen de diverse tegenpolen die ik op wilde voeren.

Maar dan moet je daar wel wat mee doen, toch? Meer dan alleen maar die symboliek. Zo'n enorm geval. Hoe voor de hand lag het niet om mijn tegenpolen, alsook de figuranten die zich in gedachten al menigmaal hadden opgedrongen, om de beurt een balletje te laten spelen? Alhoewel het snookerspel voor buitenstaanders behoorlijk saai is, zouden enkele gelegenheidsfragmenten al duidelijk kunnen maken wie op dat vlak de absolute winnaar is. En hoe weinig mijn winnaar daar eigenwaarde of iets dergelijks aan ontleent.

Dan sta ik wel voor een dilemma. Het is natuurlijk niet gebruikelijk dat iemand die goed kan acteren, goed genoeg om in mijn stuk een hoofdrol op te eisen, ook een geoefend snookerspeler is. Dat zal de toeschouwer ongewild gaan bezighouden. Is dat een acteur die snookeren er toevallig onverwacht verdienstelijk bij doet? Of is dat een snookeraar die acteren er toevallig onverwacht verdienstelijk bij doet? Hoe komen ze aan zo iemand? Dat leidt maar af.
Om die afleiding niet ongewenst lang te laten duren zou men op een gegeven moment alle snookerballen als een tros druiven omhoog kunnen takelen, zodat blijkt dat ze door een ingenieus web van draden gepot werden (potten: met een stok vanaf een zekere afstand een bal via een andere bal in een gat aan de zijkant van de tafel ketsen). Of de magneetstrips zouden ontbloot kunnen worden waarmee iedere onbenul een snookerkampioen kon worden. Het raadsel opgelost! We kunnen weer verder. Een regiseur bedenkt zo iets wel, als ik het niet doe.
Ik zou toch liever de vaardigheden van mijn kampioen 'naar voren' halen. Naar de verbeelding van de toeschouwer.

[feitelijke voorstelling] verbeelding suggestie
associaties [publiek]

wereld van de
personages

"hoe het voelt"


?

Er zijn immers dingen die men wel van acteurs mag kunnen verwachten, die niet afleiden. Dingen die iets kunnen suggereren en betekenen. Jongleren bijvoorbeeld, met 22 snookerballen of negen hoepels, of desnoods tekst.
Tja, dan zijn we weer bij af: tekst. Het zal toch niet al te moeilijk zijn om daarmee iemands capaciteiten voelbaar te maken? En de eigenwaarde die hij daar wel of niet aan ontleent.

Ik heb in één avond mijn nieuwe boek uitgelezen, heb het geheel voldaan in mijn kast gezet en ben als herboren weer gaan schrijven. Ik was tevreden met de constatering dat de tafel wel weer van tafel kon. Ik ben geen letter tegen gekomen die het tegendeel beweert.