picture of my desk

Fred Hemmering - toneelschrijver

home

bio

boekenkast

de club

teksten


blogjes

autisme zoals
het is

kill your darlings

een kerststuk?

een dunne rand

handleiding toneelschrijven

playwright

verse bedenking

van scène tot scène

toneelschrijver in de lift

mijn leest

snookertafel


triviant


verder

Schrijverscafé

Toneelschrijfhuis

Jan Veldman

Patricia Kuiper

Marjo Baars

Theatergroep
Troost

Pankras

theater
encyclopedie

fijn potlood

van scène tot scène

Het is al weer een tijd geleden dat iemand mij aan het denken zetten over het opdelen in scènes. Naast de vaste hoofdstukken in de bekende boeken over toneelschrijven die dit plichtmatig aanstippen, zal het Jan Veldman wel geweest zijn die het in de voorjaarscursus, iets minder plichtmatig, te berde bracht.

Inmiddels ben ik er wel zo'n beetje uit, voor mezelf, waar ik wat mee kan. De toeschouwer zal op gezette momenten zonder daar heel bewust van te zijn een evaluatiemoment inlassen. Dat is het dan, die scène-overgang. Het is dus niet een eigenschap van het stuk, maar van diegene die de voorstelling van het stuk beleeft. Wat meer in detail, als één van de onderstaande beweringen waar is, zal iemand in de zaal zich toestaan een reflectiepauze te nemen die de toneelschrijver (hopelijk) fasciliteert, zijnde een scène-overgang:

- er heeft zich net een (lang) verwachtte ontknoping afgespeeld
- er is een beginnetje van een kiem gelegd voor een nieuwe verwachting
- het was om een andere reden even buitengewoon indrukwekkend

Het is natuurlijk mooier als 2 bewering waar zijn, maar bij 3 begint het misschien een beetje gemaakt aan te voelen... Maar als die drie-eenheid dan weer boven alles uitstijgt, ervaart de toeschouwer bij de eerstvolgende gelegenheid onbewust: 'dit is geen gewone overgang, dit was groot, het thema, de climax, iets tussen het midden en het eind wat de inleiding van de ontknoping moet geweest zijn. En hopelijk was het dat ook.

Ik wil er nog wel bij zeggen dat er tijdens een effectieve scènewissel geen ingewikkelde dingen mogen gebeuren. Een changement zonder doek is al op het randje, maar dat is aan de regisseur om te beoordelen. Het meest geschikt is gewoon wat stil spel waar men een korte mijmering op kan projecteren. Wie je als schrijver daarbij in beeld wil hebben, bepaalt of je dit evaluatiemoment vlak voor of na de lichtwisseling, een doekmoment of op- en afgangen van andere personages insluit.

We kunnen het hele fenomeen scène-indeling natuurlijk best over boord gooien, maar ook ik heb work-in-progress-houvast nodig. En als het af is hebben een regiseur en niet in de laatste plaats de spelers houvast nodig. In het publiek zit evenwel niemand met het script op schoot om de scènenummering te vergelijken met potentiele evaluatiemomenten.