Laat ik een muntstuk nemen als metafoor voor de beperkte spreekpotentie waar we allemaal last van hebben. Dan noem ik de twee zijden het innerlijk: kop en munt - verstand en emotie - brein en beleving. Alleen de dunne rand van de munt is wat we daar van kunnen merken, als men spreekt. Maar ik heb het natuurlijk over mensen in een verhaal, die wij - schrijvers - een beetje gefabriceerd 'personages' noemen. En het blijft boeiend hoe veel tekst ik uiteindelijk weg laat.
Op elk moment in een verhaal gaat er in een personage van alles om met altijd
deze twee keerzijden, als bron voor de volgende uitingsdrang.
Op sommige momenten overheerst het denkvermogen, dat als kader alle logica omvat
waarmee iemand behebt is. Ik noem het expres kader omdat een heleboel logica
daar buiten valt, nooit van gehoord, geen idee, ver-van-mijn-bed. Daar heeft
men geen denkvermogen aan besteed. Vaker overheerst de emotie. Ik geloof zelfs
dat de emotie altijd bepaalt wanneer het denkvermogen er even tussendoor mag.
Maar voor een toneelvoorstelling is het nogal van belang dat er wat gezegd
wordt. Zodat het publiek er kennis van kan nemen. Dat personages dingen
uitkramen waarvan ik als schrijver denk dat de toeschouwer het zal herkenen als
"ah, zo iemand". Hoe het personage denkt te willen overkomen, of als ik me even
tot tekst beperk, hoe hij of zij wil klinken. Daarom komt het best natuurlijk
over als in een dialoog een vraag niet wordt gevolgd door een pasklaar antwoord.
De hele munt wil zich manifesteren.
Dus als je iemand een vraag laat stellen, laat dan de reactie beslist niet
het ware antwoord zijn. De beste repliek ontstaat in de loop van het
schrijfproces uit de 'munt' die het personage is. Ik moet eigenlijk zeggen die
het personage aan het worden is, want het hangt er maar van af hoe ver ik dan al
ben.
Alleen al het antwoord op een gesloten vraag, dat pasklaar een 'ja' of 'nee'
zou opleveren wordt bijvoorbeeld gekleurd door de mening van de ander of die
vraag wel relevant is, of die gesteld had mogen worden, getuigt van domheid of
slechts een holle frase is: mogelijkheden te over om iets over zijn of haar
innerlijk te duiden:
MOEDER: Waar is Angela nou?
ZOON: Ze kon niet.
MOEDER: Ik had wel kennis willen maken.
ZOON: Dat had je niet gezegd.
MOEDER: Had ze zeker geen zin in?
ZOON: Nee! Ze is niet mee omdat-
MOEDER: Het geeft niet.
ZOON: Laat me nou uitleggen.
MOEDER: Het geeft niet.
Rustig maar.
ZOON: Niet doen!
Ik heb het haar niet gevraagd.