picture of my desk

Fred Hemmering - toneelschrijver

home

bio

boekenkast

de club

teksten


blogjes

autisme zoals
het is

kill your darlings

een kerststuk?

een dunne rand

handleiding toneelschrijven

playwright

verse bedenking

van scène tot scène

toneelschrijver in de lift

mijn leest

snookertafel


triviant


verder

Schrijverscafé

Toneelschrijfhuis

Jan Veldman

Patricia Kuiper

Marjo Baars

Theatergroep
Troost

Pankras

theater
encyclopedie

fijn potlood

een dunne rand

Laat ik een muntstuk nemen als metafoor voor de beperkte spreekpotentie waar we allemaal last van hebben. Dan noem ik de twee zijden het innerlijk: kop en munt - verstand en emotie - brein en beleving. Alleen de dunne rand van de munt is wat we daar van kunnen merken, als men spreekt. Maar ik heb het natuurlijk over mensen in een verhaal, die wij - schrijvers - een beetje gefabriceerd 'personages' noemen. En het blijft boeiend hoe veel tekst ik uiteindelijk weg laat.

Op elk moment in een verhaal gaat er in een personage van alles om met altijd deze twee keerzijden, als bron voor de volgende uitingsdrang.
Op sommige momenten overheerst het denkvermogen, dat als kader alle logica omvat waarmee iemand behebt is. Ik noem het expres kader omdat een heleboel logica daar buiten valt, nooit van gehoord, geen idee, ver-van-mijn-bed. Daar heeft men geen denkvermogen aan besteed. Vaker overheerst de emotie. Ik geloof zelfs dat de emotie altijd bepaalt wanneer het denkvermogen er even tussendoor mag.
Maar voor een toneelvoorstelling is het nogal van belang dat er wat gezegd wordt. Zodat het publiek er kennis van kan nemen. Dat personages dingen uitkramen waarvan ik als schrijver denk dat de toeschouwer het zal herkenen als "ah, zo iemand". Hoe het personage denkt te willen overkomen, of als ik me even tot tekst beperk, hoe hij of zij wil klinken. Daarom komt het best natuurlijk over als in een dialoog een vraag niet wordt gevolgd door een pasklaar antwoord. De hele munt wil zich manifesteren.

Dus als je iemand een vraag laat stellen, laat dan de reactie beslist niet het ware antwoord zijn. De beste repliek ontstaat in de loop van het schrijfproces uit de 'munt' die het personage is. Ik moet eigenlijk zeggen die het personage aan het worden is, want het hangt er maar van af hoe ver ik dan al ben.
Alleen al het antwoord op een gesloten vraag, dat pasklaar een 'ja' of 'nee' zou opleveren wordt bijvoorbeeld gekleurd door de mening van de ander of die vraag wel relevant is, of die gesteld had mogen worden, getuigt van domheid of slechts een holle frase is: mogelijkheden te over om iets over zijn of haar innerlijk te duiden:

MOEDER: Waar is Angela nou?
ZOON:   Ze kon niet.
MOEDER: Ik had wel kennis willen maken.
ZOON:   Dat had je niet gezegd.
MOEDER: Had ze zeker geen zin in?
ZOON:   Nee! Ze is niet mee omdat-
MOEDER: Het geeft niet.
ZOON:   Laat me nou uitleggen.
MOEDER: Het geeft niet.
        Rustig maar.
ZOON:   Niet doen!
        Ik heb het haar niet gevraagd.