Met de première van de toneelbewerking van De Aanslag kon je vorige week niet om Mulisch heen. Je kon geen dag- of weekblad open slaan of de grijze duif keek je met postume tevredenheid en best wel meewarig aan. Dat wil ik ook wel kunnen, kijken alsof het me absoluut niet meer kan schelen wie er nog leest wat ik geschreven heb. Omdat dat toch wel wel gebeurt
Ik had net een printopdracht van mijn onder handen toneelscript in vier
bedrijven gestart en mijn printer maakte inmiddels de vertrouwde
ik-heb-het-druk-geluiden. Ondertussen klikte ik eens door op de talrijke
aanslagpagina's. Het gaat over de oorlog. Tenminste, dat lijkt zo als je
op de vele commentaren af moet gaan. Dat boeit me niet. De oorlog niet
en de commentaren niet. Misschien als ik het boek gelezen had. Mijn eerste
kennismaking met de vaderlandse letteren was echter op de middelbare school en
stond geheel in het teken van moeten.
Ik moest boeken lezen. Ik ben nu
oud, dus ik heb het over de jaren tachtig van de vorige eeuw. Maar had men er
niet even bij kunnen zeggen dat de meeste mensen dat voor hun plezier doen? Dan
had ik me er wellicht gewoon bij neer kunnen leggen dat ik een uitzondering
moest zijn.
Doorklikkend via cultuurarchief.nl en wikipedia.nl in het andere scherm was
ik inmiddels bij de grote drie terecht gekomen. De Groten der Nederlandse
naoorlogse literatuur. Ook de grote vier trouwens, maar van Wolkers kon ik die
subtiel verheven gelaatsuitdrukking nergens vinden.
Ik ben geënteresseerd in toneel, dus ik ging eens op zoek naar het
toneeloeuvre van dit formidabele trio. Dat was grappig. Als beginnend
schrijver schaam ik mij er niet voor af en toe wat afgunst bij mijzelf
te laten opborrelen, maar dat hoefde niet.
Door mijn vorige baantjes in de IT kan ik inmiddels zeer gedegen op internet
dingen vinden die onvindbaar zijn. Ik heb zelfs een tijdje een studie gemaakt
van het gebruik van boolean operators (in het pre-Google tijdperk). Als ik
dus heel weinig vind, dan is dat het dus. Niet meer en niet minder.
Ik heb er even een tabelletje van gemaakt: naam van de Grote en aantal
opgevoerde toneelwerken. Dan tel ik eenakters en bewerkingen van iets
Grieks wel mee, maar niet vertalingen, film- en televisiescripts, libretto's
en allerhande gelegenheidsdingetjes.
| H. Mulisch | 5,0 |
| W.F. Hermans | 2,3 |
| G.K. van het Reve | 1,0 |
Dat is om den drommel niet veel, als je bedenkt dat deze lieden al begonnen
waren met schrijven op een leeftijd dat ik alleen nog maar wist wat ik later in
ieder geval niet wilde worden.
Zou het waar zijn dat toneelschrijven te anders is, of minder interessant, ander
publiek natuurlijk of gewoon moeilijker? Waar ben ik aan begonnen?
Zal ik me eens een tijdje op proza concentreren? Dan is er altijd nog een kans
dat mijn nog te schrijven bestseller na een hele lange tijd, desnoods postuum,
toch nog in het theater staat, zonder dat ik daar verder iets voor hoef te doen.
Of moet deze schoenmaker bij zijn leest blijven? Ik weet het nog niet, maar ik
ga wel vast oefenen op het meewarig kijken.
De printer zwijgt. Hij is Ready. Mijn script ligt klaar in de
uitvoerbak.
Klaar om stevig te herzien.