stapel op: [
schrijver] [
titel]
recent
Christopher Fry, als een phoenix (vertaling: Bert Voeten)
Het is een komedie. Maar dat weet je pas echt, dubbel en dwars, helemaal zeker aan
het eind. Waren de gewichtige woordkeuze en de ellenlange aantrekkende en afstotende
bewegingen tussen de 'als een curieus lot tot elkaar voorbestemde geliefden' al
sluimerend humoristisch, de eindscene slaat de komische plank echt helemaal raak.
Dat is niet in de laatste plaats door het taalgebruik, dat aan zwaar dramatische
teksten doet denken. Het is evenwel zo subtiel overdreven poetisch dat het banale
eind als een grandioze totaalopluchting aanvoelt: dit is leuk!
Christopher Fry, als een phoenix | 
|
Judith Herzberg, kras | 
|
Bernard-Marie Koltès, de komst van de schorpioen | 
|
Yvonne Keuls, jan rap en z'n maat | 
|
Judith Herzberg, dat het 's ochtends ochtend wordt. | 
|
Don Duyns, dialogen schrijven | 
|
Hans van den Bergh, konstanten in de komedie | 
|
Harold Pinter, de collectie | 
|
Karst Woudstra, een zwarte pool | 
|
Harold Pinter, maanlicht | 
|
Hugo Claus, suiker | 
|
Tennessee Williams, cat on a hot tin roof | 
|
David Ball, backwards & forwards | 
|
Mark Rosowskij, geschiedenis van een paard | 
|
Ger Beukenkamp, de verborgen schrijver | 
|
Henrik Ibsens, de vrouw van de zee | 
|
René de Obaldia, stikstof | 
|
Judith Herzberg, kras
Met dit stuk heeft ze de Nederlands-Vlaamse Toneelschrijfprijs (1989) gewonnen. Die
moest ik dus maar eens lezen, vond ik ineens. Toen ik het uit had, viel het mij op,
meer dan gewoonlijk, dat ik de globale beweging van het verhaal aanvoelde. Misschien
kwam dat in de eerste plaats doordat ik (per ongeluk) van te voren de flaptekst had
gelezen en ook dat ik dat van die prijs al wist. Maar ik denk dat de voorstelling
zelf dat effect heus wel gehad zal hebben: de respectievelijke familieleden en
aangetrouwd schorem houden onder alle omstandigheden de eventuele erfstukken in het
oog en geven op een net niet gepast moment opvolging aan die waarnemingen. Het zit
hem, denk ik, in de fotografische momenten van handeling door het hele stuk die je
tot het eind bijblijven, om daar in één seconde een compleet en
samenvattend gevoel van te krijgen.
Bernard-Marie Koltès, de komst van de schorpioen (vertaling: Hans W. Bakx)
Het enthousiasme waarmee ik door de eerste vijftien bladzijden geraakte is daarna
niet meer terug gekomen. Het spannendst vond ik de kwestie van het verdwenen lijk.
In onze westerse wereld zou daar gewoon een rechercheteam op gezet worden, maar in
dit Afrikaanse land, waar in de gegeven tijd de blanken zich de nodige koloniale
arrogantie permiteerden, kun je nog wel een tijdje sollen met het stoffelijk
overschot van een ongelukkige inboorling. Dat is precies wat er gebeurt, evenwel
onbedoeld en behoorlijk stiekem. En geloofwaardig.
Yvonne Keuls, jan rap en z'n maat
Zo'n einde! Dat zal me altijd bij blijven. Hoe je een absoluut uitzichtsloze
situatie, want zo mogen we de toestand in de laatste scene van dit stuk over de
in die tijd nog behoorlijk slecht georganiseerde jeugdopvang wel noemen,
absoluut uitzichtsloos. Hoe je daar nog een fijn theatraal knipoogje aan toe kan
voegen, om het nog sterker te maken.
Judith Herzberg, dat het 's ochtends ochtend wordt (voorheen: het is geen hond)
Het is deels nostalgie dat ik hier weer eens in bladerde. Ik heb ooit het decor
voor een amateurproductie van dit stuk gemaakt. Ik was bij het repetietieproces
en heb met de meeste spelers later ook nog in andere producties gespeeld. Maar
ik was ook benieuwd wat ik zou kunnen ontdekken over de dialoogstijl van
Herzberg. het voelt, meer dan ik bij andere stukken voel, dat aan elke zin een
reflectie van het het denkbeeldige verleden kleeft. Dat het dus ook na -tig
repetities en de uiteindelijke voorstellingen interessant blijft om te herlezen.
Daar kan ik nog wat van leren, denk ik dan.