picture of my desk

Fred Hemmering - toneelschrijver

home

bio

boekenkast

de club

teksten


blogjes

autisme zoals
het is

kill your darlings

een kerststuk?

een dunne rand

handleiding toneelschrijven

playwright

verse bedenking

van scène tot scène

toneelschrijver in de lift

mijn leest

snookertafel


triviant


verder

Schrijverscafé

Toneelschrijfhuis

Jan Veldman

Patricia Kuiper

Marjo Baars

Theatergroep
Troost

Pankras

theater
encyclopedie

fijn potlood

stapel op: [schrijver] [titel] recent

Christopher Fry, als een phoenix (vertaling: Bert Voeten)

Het is een komedie. Maar dat weet je pas echt, dubbel en dwars, helemaal zeker aan het eind. Waren de gewichtige woordkeuze en de ellenlange aantrekkende en afstotende bewegingen tussen de 'als een curieus lot tot elkaar voorbestemde geliefden' al sluimerend humoristisch, de eindscene slaat de komische plank echt helemaal raak. Dat is niet in de laatste plaats door het taalgebruik, dat aan zwaar dramatische teksten doet denken. Het is evenwel zo subtiel overdreven poetisch dat het banale eind als een grandioze totaalopluchting aanvoelt: dit is leuk!

Christopher Fry, als een phoenix

Judith Herzberg, kras

Bernard-Marie Koltès, de komst van de schorpioen

Yvonne Keuls, jan rap en z'n maat

Judith Herzberg, dat het 's ochtends ochtend wordt.

Don Duyns, dialogen schrijven

Hans van den Bergh, konstanten in de komedie

Harold Pinter, de collectie

Karst Woudstra, een zwarte pool

Harold Pinter, maanlicht

Hugo Claus, suiker

Tennessee Williams, cat on a hot tin roof

David Ball, backwards & forwards

Mark Rosowskij, geschiedenis van een paard

Ger Beukenkamp, de verborgen schrijver

Henrik Ibsens, de vrouw van de zee

René de Obaldia, stikstof

Judith Herzberg, kras

Met dit stuk heeft ze de Nederlands-Vlaamse Toneelschrijfprijs (1989) gewonnen. Die moest ik dus maar eens lezen, vond ik ineens. Toen ik het uit had, viel het mij op, meer dan gewoonlijk, dat ik de globale beweging van het verhaal aanvoelde. Misschien kwam dat in de eerste plaats doordat ik (per ongeluk) van te voren de flaptekst had gelezen en ook dat ik dat van die prijs al wist. Maar ik denk dat de voorstelling zelf dat effect heus wel gehad zal hebben: de respectievelijke familieleden en aangetrouwd schorem houden onder alle omstandigheden de eventuele erfstukken in het oog en geven op een net niet gepast moment opvolging aan die waarnemingen. Het zit hem, denk ik, in de fotografische momenten van handeling door het hele stuk die je tot het eind bijblijven, om daar in één seconde een compleet en samenvattend gevoel van te krijgen.

Bernard-Marie Koltès, de komst van de schorpioen (vertaling: Hans W. Bakx)

Het enthousiasme waarmee ik door de eerste vijftien bladzijden geraakte is daarna niet meer terug gekomen. Het spannendst vond ik de kwestie van het verdwenen lijk. In onze westerse wereld zou daar gewoon een rechercheteam op gezet worden, maar in dit Afrikaanse land, waar in de gegeven tijd de blanken zich de nodige koloniale arrogantie permiteerden, kun je nog wel een tijdje sollen met het stoffelijk overschot van een ongelukkige inboorling. Dat is precies wat er gebeurt, evenwel onbedoeld en behoorlijk stiekem. En geloofwaardig.

Yvonne Keuls, jan rap en z'n maat

Zo'n einde! Dat zal me altijd bij blijven. Hoe je een absoluut uitzichtsloze situatie, want zo mogen we de toestand in de laatste scene van dit stuk over de in die tijd nog behoorlijk slecht georganiseerde jeugdopvang wel noemen, absoluut uitzichtsloos. Hoe je daar nog een fijn theatraal knipoogje aan toe kan voegen, om het nog sterker te maken.

Judith Herzberg, dat het 's ochtends ochtend wordt (voorheen: het is geen hond)

Het is deels nostalgie dat ik hier weer eens in bladerde. Ik heb ooit het decor voor een amateurproductie van dit stuk gemaakt. Ik was bij het repetietieproces en heb met de meeste spelers later ook nog in andere producties gespeeld. Maar ik was ook benieuwd wat ik zou kunnen ontdekken over de dialoogstijl van Herzberg. het voelt, meer dan ik bij andere stukken voel, dat aan elke zin een reflectie van het het denkbeeldige verleden kleeft. Dat het dus ook na -tig repetities en de uiteindelijke voorstellingen interessant blijft om te herlezen. Daar kan ik nog wat van leren, denk ik dan.