Van achter naar voren en van voor naar achteren, structuur, plotten, tekst
schaven... wat is er nou eens een keer echt af en wat is klad-versie-zoveel?
Het is gewoon te veel soms, dat geef ik grif toe.
Dit is wat mij betreft de belangrijkste reden waarom stukken soms een tijd
blijven liggen en ik graag meerdere schrijfprojecten onder handbereik houd.
De battle moet eigenlijk een reflectie zijn van
het grote midden, alsof je
als reisleider je toeristische gezelschap eerst een week door het hele land
sleept om alle higlights te beleven en ze dan als grand finale op de laatste
middag een uurtje in Madurodam los laat. Wat maakt dat zo'n toerist zich na
afloop niet bedonderd voelt? Heeft die zich dan al die dagen niet vermaakt?
Het grote midden van jou stuk is die week: alles intens mee maken wat er toe
doet. En de battle is dan dat uitstapje Madurodam. De volgorde in het grote
midden van het stuk wordt bepaald door de plotlogica van opvolgende plannetjes
en ontdekkingen van je personages, die steeds de voorwaarde scheppen voor een
vervolgactie met toegenomen kwetspotentie. En hier is nog ruimte voor het
denkvermogen van je personages of in ieder geval iets van voorbedachte rade.
De volgorde in de battle is schrijftechnisch ook
gebaseerd op
toenemende kwestpotentie
maar meer vanuit
de logica van ieders onderbuik.
Meer onbezonnen dus, vanuit de indrukken die het grote midden bij ieder heeft
achtergelaten. Er zullen eerdere teksten terugkomen, maar dan korter,
impulsiever, directer en feller dan voorheen.
Misschien twijfel je of je personages wel echte karakters zijn geworden, of loop je vast op een overgang in een dialoog. Als je langer dan twee dagen ergens over twijfelt, ga dan eens freewriten. Dat is dan een creatief uitstapje ver weg van je verhaalstructuur, maar twijfelen heb je helemaal niks aan.
Soms heb je in een scene bepaald gedrag nodig omdat de dialoog dan lekker
loopt. Het botst mooi van het ene plotpunt naar de volgende. Maar dan mist er
nog een motivatie van dat gedrag op dat ene moment. Of je moet nog steeds een
goeie reden verzinnen waarom de gesprekspartners niet gewoon afhaken. Waarom
ze behoorlijk lang in gesprek willen blijven. Er moet blijkbaar nog iets te
halen zijn: respect, vertrouwen, wraak, erkenning, liefde of gewoon aandacht.
het is altijd de moeite waard om weer eens heel breed na te gaan waar mensen ook
al weer behoefte aan kunnen hebben. Niet alleen het grote desire, maar alles wat
op elk moment van je tekst het gedrag van de personages kan bepalen.
Mensen in het echt overwegen elke dag wel dingen die je niet meteen zou
vergelijken met de grote zingeving van je hoofdpersoon. Banale pogingen om het
leven een beetje leuk te houden:
Mischien is het fijn om eens een paar avonden alleen maar TV-series te kijken. In je eentje bedoel ik, want je moet op elk moment dat ding weer uit kunnen zetten om als een haas een mooi voorbeeld te noteren of te overpeinzen: kan iemand uit mijn verhaal ook zo iets zeggen, meegemaakt hebben of vinden? Kunnen ze in mijn tekst ook zo praten, afdwalen of elkaar ongerief bezorgen?
Ik had het misschien eerder moeten benoemen, maar ik heb gemerkt dat
ik hier pas later behoefte aan had. Toen ik al een paar keer hopeloos was
vast gelopen. Zijn mijn personages wel geschikt voor dit toneelstuk? Zijn ze
wel echt genoeg of zo? Tijdens de structuurfase heb ik toch alle moeite
gedaan om ze helemaal te doorgronden. Waar haal ik al die vijandigheid
vandaan of zijn ze misschien toch niet een beetje te lief voor elkaar?
Het blijkt dat de menselijke communicatie een wezenlijk aspect heeft dat
lieve mensen in monsters kan veranderen, ogenschijnlijk zomaar. Dat komt door
het ego van elk karakter en de mate waarin die het eigen belang afweegt tegen
het veronderstelde belang van een ander. Ik zeg expres
'veronderstelde', want in specifieke situaties is dat nogal wat. Ongeacht
hoe lang ze elkaar al kennen. Ze hebben zo iets zelf niet meegemaakt. Het past
niet in hun denkraam. En al het goed-bedoelen voor een ander, zonder het
allemaal echt te begrijpen, heeft hoe dan ook een egocentrische krachtbron.
Iedereen wil zich op een bepaalde manier goed voelen, en dat houden we
gewoon voor ons zelf: het verborgen saldo van toegeeflijkheid.
In het dagelijks leven vindt ieder daar een eigen weg in. Het maakt ook
niet uit of dat de middenweg is. We geven wat en nemen wat, en hoeven elkaar
niet de hele tijd te snappen. We nemen andermans veronderstelde belang
slechts mee in de ongeschreven gebruiksaanwijzing van de ander. We houden
er rekening mee. We laten iemand in zijn waarde, met af en toe een opoffering
als het uit komt.
Maar als er veel tegelijk op iemand af komt, zo tegen het einde van het
stuk, kunnen impulsieve uitingen dit onbewuste evenwicht plotseling omver
trekken. Dan is ineens niemand meer lief.