Zelf had ik met mijn achtergrond in het amateurcircuit al heel wat boeken
over toneelschrijven in huis gehaald, links en rechts een cursus gevolgd, veel
stukken gelezen en intensief met een schrijfcoach opgetrokken, toen ik ontdekte
dat eigenlijk niemand het hele verhaal vertelt.
Ik bedoel beslist niet hoe bestaande stukken in elkaar zouden zitten. Daar is
zat over te lezen. Maar hoe je zoiets helemaal zelf bij elkaar gefantaseerd
krijgt, daar ontbrak altijd nog wel iets. Het was nooit echt compleet. Ik heb
geprobeerd de losse eindjes in mijn hoofd eens aan elkaar te knopen.
Als jij ongeveer dezelfde ervaring hebt, kun je met mijn betoog eindelijk ook
iets aan die losse eindjes in je hoofd doen.
fhemmering@gmail.comwaarom je dit niet moet lezen
De vraag wat een boeiende voorstelling maakt, wordt wel beantwoord als je
die regelmatig bezoekt. Toch? Maar hoe je zo iets zelf bij elkaar
verzonnen krijgt, dat is best persoonlijk. Ik kan benoemen wat er allemaal bij
komt kijken en wat ik een praktische aanpak vind. Maar dit is geen panklaar
recept.
Dit zijn ook geen lessen die jou in een voorbedachte volgorde alles vertellen
wat je moet weten. Jouw aanpak moet je zelf ontdekken, wat je in welke fase met
je creativteit doet, hoe je al je aantekeningen organiseert en steeds onthoudt
waar je gebleven was. En je moet het ook heel erg leuk vinden. Zolang je net als
ik nog niet internationaal bent doorgebroken en er ook nog een gewone baan bij
hebt, dan is dit dus allemaal vrije tijd, of zoals schrijfster
Elfie Tromp het verwoordt: een dure hobby.
Heb je geen werkstuk onder handen of helemaal geen twijfels over de inhoud of de
voortgang, dan hoef je natuurlijk ook niet verder te lezen.
waarom dan wel
Je bent vastberaden om een verhaal te laten vertonen, op toneel, met publiek. Je bent ook al lang begonnen en je ziet de scenes al voor je, gespeeld door geweldige acteurs. Maar het is nog steeds niet af en je twijfelt regelmatig over kleine of grote aanpassingen.
Ik beschrijf twee heldere tussenresultaten in het schrijfproces die ik te pas
en te onpas tegen het licht kan houden: de dramatishe structuur en het
plotscript. Alleen al het nadenken over het hebben van die twee is onderdeel
van het schrijfproces. Maar je kan er ook altijd op terug vallen, als je in
de laatste fase nog van alles aan je verhaal zit te veranderen.
Creatief schrijven is niet efficiƫnt. Elk nieuw idee over het onder handen
werkstuk kan de aanzet zijn voor een briljante draai aan het verhaal, maar
betekent ook vaak weer een beetje opnieuw beginnen.
Ook benoem ik de basisprincipes waar verhalenmakers in alle discipines mee
werken. Maar het schrijven van een toneeltekst heeft nou eenmaal wat meer
schrijftechnische complicaties dan bijvoorbeeld een filmscenario of een roman.
Je verhaal krijgt nooit zoveel visualisatiemogelijkheden als filmregisseurs
van stal halen om het drama te versterken. Je moet de spelers de gelegenheid
geven om visiualisaties met tekst en handeling in de verbeelding van de
toeschouwer op te roepen. En je verhaal heeft ook geen pauzeknop die zowel
beginnende boeklezers als doorgewinterde prozavreters op prijs stellen, om op
elk gewenst moment het verhaal even weg te leggen, ter overpeinzing of een
andere triviale onderbreking.
Je tekst zal dus de regiepotentie voor een fijne afwisseling van spanning,
vermaak, verbeelding en reflectiemomenten met een prettige timing helemaal
ingebouwd moeten hebben.
Je idee begint gewoon waar je idee begint. In je hoofd. Maar mocht je
behoefte hebben aan wat zelfreflectie, dan zou je dat idee kunnen toetsen
aan wat ik denk dat een logisch startpunt is.
Een voorstelling moet spannend zijn, leuk of ontroerend. Maar als het
publiek na afloop de zaal uit loopt zonder het 'waarom' van de vertoning
een overpeinzing te gunnen en ook in de dagen daar na er geen moment meer
zingevend aan terug denkt, tja... Misschien was het acteertalent te
indrukwekkend, de humoreske regie te leuk of de beeldende kracht van het
decor te overweldigend, maar dan mist er toch iets: het waarom.
"Waarom heb ik hier naar zitten kijken?"
Dan is die waarschijnlijk niet uitgedaagd om een mening over iets te
doorproeven, bij te stellen, of desnoods te verwerpen. Een mening.
Dat is voor mij een startpunt. Mijn mening over iets. Of eigenlijk wat ik vind
van een veel te gangbare mening. Daar wil ik wel wat van vinden.
Een mening over iets actueels laat ik me makkelijk opdringen als ik vijf
minuten naar het journaal heb zitten kijken. Dat zou dan een actueel stuk
kunnen opleveren. Jammer alleen dat het schrijven meestal te lang duurt om nog
van actualiteit te kunnen spreken. Een uitdagende mening over minder actuele
zaken, daar moet je actief naar zoeken. Over dingen die na de zoveelste
maatschappelijke discussie al lang tot normaal zijn verstoft.
Normale waarden, normaal gedrag, normale verwachtingen.
Aanvaarding.
Ik noem geen voorbeelden want het moet jouw persoonlijke ontdekking zijn.
En het moet natuurlijk wel ergens over gaan. Geen wissewasjes dus. De gemiddelde
toeschouwer wil wel dat er wat gebeurd. Er moet minstens iemand in het verhaal
van levenslust ontdaan raken, maar mijn mening mag wel worden versterkt doordat
maar weinig mensen nog oprecht notie lijken te nemen van die aanvaarding of van
dat leed.
Dat er blijkbaar een collectieve denkrichting is die dat geruisloos
negeert. En dan vraag ik mezelf hardop af:
Die moraalredenatie houd ik voor mezelf, maar ik ga er op sturen dat er in het
stuk van alles ter sprake komt dat daar mee te maken heeft en dat er natuurlijk
niks gebeurt dat die redenatie ontkracht.
Er zullen personages zijn die zelf voor en tegen deze aanvaarding willen
strijden. In woord en daad. Als je mee gaat in deze gedachtendwaling, moet je
ze wel hun respectievelijke mening volledig in de schoenen schuiven, zodat het
vooral niet aanvoelt alsof een schrijver met een mening probeert te scoren. Dan
zullen die voor- en tegenstanders heel wat sores aan hun hoofd hebben. En dan
heb jij en verhaal.
Dit is het officiële plan van aanpak:
Dus, afgezien van onverhoopt terugredeneren, bestaat het schrijfproces uit 3
constructieve stappen - in volgorde van logica. Je moet je er steeds
bewust van zijn met welke laag je bezig bent. Om dit uit te leggen gebruik
ik een plaatje voor de aanleg
van een weg (via het geavanceerde paalmatrassysteem).
Volgens deze metafoor begin je met de fundatie van de weg. Deze
basis moet eerst voor het hele traject geprepareerd moet worden.
Vanaf het moment dat laag 1 gereed is, begint een lastige wisselwerking
tussen de lagen onderling, waarbij je aandacht langzaam maar zeker
opschuift naar de uiteindelijk strak geasfalteerde toplaag.
1 structuur > 2 plot > 3 dialoog
Op elk moment dat je bij het uitwerken van je toneelwerk een verbetering aanbrengt, moet je kunnen duiden in welke laag die aanpassing ingrijpt. Een aanpassing ergens in laag 2 vereist ook een herziening van de gereed gekomen gedeeltes van laag 3. En als laag 1 onverhoopt op de schop gaat, vereist dat zelfs herziening van het hele traject. De aannemer die zo'n weg gaat aanleggen zal het na jaren ervaring wel weten. Maar als beginnend toneelschrijver zal het begrip 'gereedheid' per metaforische laag nog wel wat worstelingen met zich mee brengen.
Eerst zet je een structuur op, waarin het verhaal optimaal tot leven zal komen. Als je op internet gaat zoeken naar 'toneel' en 'structuur' kom je steevast uit op het drie-akten-schema of variaties daarvan met een ander aantal aktes. Neem dit allemaal met een korreltje zout. Met dit soort versimpelde indelingen kun je heel goed bestaande verhalen uitpluizen. Maar een schrijver zal er in het creatieve maakproces niet meer houvast aan ontlenen dan aan helder nadenken.
Een algemeen aanvaarde methode voor het schrijven van een filmscenario is de
22 stappen methode van John Truby. Hij compileert daarmee de psychologie van zelfontwikkeling uit de
Hero's Journey van Joseph Campbell
tot een verhaalconstructie.
Voor de verhaalstructuur maakt het nog niet uit of je verhaal een film, een
toneelstuk of een boek gaat worden. Als er maar een dramatische hoofdpersoon in
voorkomt. Je kan ook eens kijken naar het online
cursusmateriaal van de Khan Academy, ondersteund door
het creatieve team van Pixar Studio's, dat op dezelfde leest geschoeid is.
Truby benoemt 22 mogelijke ingredienten voor een verhaal, waarvan
er een aantal verplicht zijn. Die elementen zijn zo bekend dat je ze
inmiddels ver-Nederlandst zijn. Dit zijn de dingen die je in ieder geval
in organische samenhang moet zien te krijgen:
Ik heb nog steeds zo'n uitgewerkte structuur in een la liggen voor een geweldige eenakter die ik ooit nog eens moet afmaken. Ik was toen het boekwerk van Truby nog aan het uitpluizen. Ik ben een schema-type, dus ik vond er genoegen in om er een fraai diagram van te maken.
Dit zijn eigenlijk privé-aantekeningen, dus ga er nou maar niet van uit dat je op internet echte voorbeelden zult vinden van bekende schrijvers. Er zijn namelijk twee hele aparte soorten toneelschrijvers: de soort die heel goed kan uitleggen hoe het moet en toneelschrijvers die iedereen kent.
Ik geef heel weinig voorbeelden want het moet jouw verhaal zijn, maar
deze wil ik je niet onthouden omdat het best wel wat gewenning vergt als je dit
voor het eerst doet. Ik werd er in ieder geval erg enthousiast van omdat het
verdacht veel lijkt op een eenvoudige invuloefening.
De afbeelding hier naast is het verhaalschema van een moeder die na acht jaar
het contact met haar verloren zoon wil herstellen.
Omdat er in dit stuk maar twee personages zijn, heb ik ze even belangrijk
gemaakt door de symmetrie in het schema. Maar de dramatische hoofdersoon is de
moeder aan de linker kant.
Het plan-gegeven in deze structuurmethode duidt op de tactiek van de
held. Het is eigenlijk het enige element dat al iets van een verhaalvolgorde
duidt. Daarnaast zijn er in de structuur feitelijkheden benoemd waar het
publiek al snel achter komt en zaken die pas tegen het
einde blijken. Maar het hoort allemaal bij elkaar. Het vult elkaar aan tot een
kloppend geheel.
de dramatische structuur in detail
In de wegenbouw heet dit druklaag. Dat is misschien een betere aanduiding. Hier benoem je hoe er spanning ontstaat. Er gaat druk worden uitgeoefend, en tegendruk, initiatief en tegenwerking, veroordeling en ontkenning: onenigheid. Van begin tot eind. Tevens doemt daarmee de nodige gespreksinhoud op. Vanaf nu gaat het om het uitwerken van de tactiek van je personages en hun pogingen om dingen voor elkaar te krijgen. Maar ook veranderingen van tactiek en de meest spannende volgorde van dat alles.
Ik heb het liever niet over 'scenes'. Dat zijn die dingen die je zou kunnen nummeren als het af is. De confrontatiefragmenten die je in de plot-laag beschrijft zijn kleiner en je kan ze net zo goed dialoogjes, stukjes, blokjes of brokjes noemen. Zolang ze voor jou een heldere stap in het verhaal zetten.
Vanaf hier gaan de prozaschrijver, de scenarioschrijver en de toneelschrijver
elk hun eigen weg. Want het maakt natuurlijk een verschil of iemand in een
filmscene iets tegen een ander zegt in de cockpit van een helicopter terwijl we
onder hen de weidse woestijn voorbij zien razen waar ze op dat moment overheen
vliegen, of dat ze op een bankje op het toneel zitten. Zelfs met het duurste
decor en de mooiste aankleding, bieden de visuele elementen van een toneelstuk
nu eenmaal minder dramatische ondersteuning dan in een film. En als de
prozaschrijver de meeste wilde gedachten benoemt die de hoofdpersoon vanuit
het ik-perspectief door zijn of haar hoofd laat schieten, dan zou het
theaterpubliek denken 'gebeurt er nou nog wat?'.
Een toneelstuk vergroot andere dingen dan een film of een boek. Je moet
bij het uitstippelen van de plotfragmenten voortdurend op de huid van de
personages blijven zitten. Perspectiefwisselingen die het publiek
worden gegund, zijn de perspectiefwisselingen die de personages op het
speelvlak elkaar in woord en daad bezorgen. Er kan niet even een weidse
horizon of een verzwegen gedachte tussen door, anders dan een weidse
horizon of een verzwegen gedachte die de personages zelf onder woorden
brengen.
In de plot-laag beschrijf je interacties. Wat ze zeggen dat ze van plan zijn,
hoe dat wel of niet lukt en of ze elkaar geloven, vertrouwen of verraden. Als
bij de uitwerking blijkt dat iemand er beter een karaktertrek bij kan hebben om
dat te bereiken,
of iets ergs heeft meegemaakt, of iets maar niet wil snappen, maak dan een
weekendje vrij om terug naar laag 1 te gaan.
Detailleer je plotscript in ieder geval zo ver dat ja na drie weken
nog snapt wat je bedoelde. Maar beperk je tot beschrijvingen die de samenhang
dienen. Meer niet. Anders ga je straks in de dialoog-laag je creativiteit
misschien beperken tot een variant die je hier al benoemt.
De lengte van je beschrijvingen hangt er voornamelijk van af of je veel kan
onthouden:
In het komende plotfragment uit mijn voorbeeldscript is de fase aangebroken
waarin de moeder al haar opofferingen bij het opvoeden van haar zoon als
krediet inzet om iets van hem terug te verlangen. Zo bewust als
ik het nu samenvat zal het in hoofden van personages (of in hoofden van
echte mensen) vaak niet zijn. Wat waarschijnlijk wel voelbaar wordt, is dat
de dialoog de toon krijgt van een onderhandeling.
In mijn structuur heb ik bij weakness van de zoon autisme geoemd. En ook dat
zijn moeder een overdreven hang naar rechtvaardigheid heeft.
Dat herhaal ik in dit fragment niet meer, want dat onthoud ik wel.
#ZOON wil zijn moeder voor het eerst ooit inwrijven dat zij vroeger niet de bovengemiddelde zorg heeft geregeld die hij toen nodig had, om te impliceren dat een eventueel vervolgcontact nog helemaal niet vanzelfsprekend is. #MOEDER weert af met het benoemen van allemaal gewone kinderziektes die adequaat aandacht kregen (huisarts specialist e.d.). #ZOON durft inmiddels niet meer aan te vallen en komt niet verder dan een defensieve sneer die zijn gelijk geloofwardig maakt.In het volgende blokje zou ik die 'defensieve sneer' kunnen oppakken en iets specifieker benoemen, maar zo ver was ik nog niet. Dit zijn in ieder geval drie blokjes die door de gespreksinhoud al op volgorde staan. Maar ik hield er rekening mee dat er best nog wel iets tussendoor zou kunnen fietsen.
Tijdens het plotten zoek je uit wie er op welk moment met wie aan de praat
raakt, waar over kan worden getwist, maar ook waar ze zich dan zouden kunnen
bevinden. En dat alles met het voortdurende besef van de dramatische structuur
en de doenbaarheid om daar binnenkort een kloppende dialoog
van te maken.
Iemand die helemaal bij de situatie hoort, maar zonder
dramatische interactie, kun je beter weg laten of slechts als afwezige laten
benoemen. Er is vast wel een verhaalreden te verzinnen waarom die persoon
er 'toevallig' niet is.
het plotten van de strijd in detail
Een snelweg met zes banen, een glad gepolijst granieten beeldhouwwerk, een
aquarel op doek of een toneelvoorstelling: als het af is ziet elk kunstwerk er
altijd heel eenvoudig uit. Iedereen denkt: zo simpel, dat had ik zelf ook wel
gekund. Dat is natuurlijk niet zo, maar voor een theatertekst zal de verzorgde
uitwerking van de dialoog-laag dit effect moeten hebben.
Ook dit is een buitengewoon tijdrovende klus, maar ik vind het zelf veel leuker
dan plotten. Het belangrijkste is:
"Laat de personages niks vertellen wat het publiek al weet, en verstop wat het publiek nog moet ontdekken in herkenbare uitingsdrang tussen personages die voornamelijk met hun eigen sores bezig zijn."
Verstoppen zorgt ervoor dat het niet te uitleggerig wordt. Metaforisch laat je een voetbalspits keihard naast het doel schieten om aan te tonen dat de keeper in slaap is gevallen. Daag het waarnemingsvermogen van de toeschouwer een beetje uit. Dat die het gevoel krijgt zelf iets te ontdekken. Ongeveer zo als bij een gesprek dat je stiekem opvangt in de supermarkt of op de bushalte, dat je wil weten waar het over gaat. Hoe spannend dat is, tot je het weet.
De uiteindelijke dialoogtekst bevat naast een voortdurende strijdbaarheid
slecht twee componenten:
Duiding: al wat nodig is om de loop van het verhaal te vatten, door
genoeg nieuwsgierigheid te wekken naar wat er aan staat te komen en dat
dan ongeveer in dezelfde volgorde te laten blijken. Nieuwsgierigheid van de
toeschouwer is de denderende diesellocomotief die jouw rijdende trein trekt.
Sierwaarde: alles wat ritmisch, raak of mooi klinkt
of wat een treffend toneelbeeld aanvult.
Naast het feit dat mensen in het echt ook heel mooi, kundig, raak of op een
andere manier indrukwekkend willen klinken mag je daar
als schrijven best een poƫtisch schepje bovenop doen. Versiering is als
genieten wanneer men uit het raam van jouw rijdende trein het landschap gade
slaat.
de dialoog uitschrijven in detail
De structuur-laag dicteert nog steeds wat er van begin tot eind aan de orde
moet komen. In de plot-laag stel je vervolgens vast hoe dit een verhaal kan
worden door onderlinge strijdpotentie in een logische volgorde te krijgen.
Terwijl er onvermijdelijk te pas en te onpas rake zinnen in je opkomen die op
enig moment gezegd zouden moeten worden.
Tenminste dat denk je dan, maar het is
nog maar vraag wanneer precies.
Dit is moeilijk. Elke laag moet uiteindelijk waarheid worden.
Terwijl je driftig alle plotnotities zit te rangschikken en in andere bestandjes
flarden dialoog zit te knippen en te plakken, duiken er steeds weer overgangen
op die je nog logisch moet maken, terwijl andere lappen tekst van het script al
helemaal af zijn. Oei, als daar maar niks veranderd!
Maar het creatieve brein doet niet aan lagen of volgordes. Hoe organiseer je dat allemaal? Daar moet je zelf achter zien te komen. Er bestaat software voor het werken met een step outline, zoals dat voor filmscenario heet. Sommigen zweren bij geeltjes op een plakbord, maar je kan het ook allemaal uittypen in aparte notepad'jes met hele logische namen of in een spreadsheet zetten.
Het is in ieder geval heel praktisch om bij het einde te beginnen en dan
terug te werken. Nergens is namelijk de plotdichtheid zo hoog als aan het einde
van het stuk. Plotdichtheid is gewoon hoeveel woorden er zitten tussen elk
moment dat iemand iets heftigs ontdekt, iets heftigs roept, doet of nalaat. En
een half woord is in de slotfase meestal genoeg om die heftigheid te duiden. Het
is moeilijk om daar nog, midden in zinnen, flink met volgordes te jongleren als
een aanpassing van eerdere fragmenten dat zou verlangen. Dan is het fijn als die
eerdere fragmenten er nog niet zijn. Hiernaast zie je de schetsmatige gereedheid
per laag van de eerste drie projectmaanden. Lees weken in plaats van maanden als
je inmiddels ervaring hebt met plotten.
Neem in ieder geval een paar dagen vrij zodra je de gevoelsmatige tweede helft
van het stuk naar tevredenheid hebt geplot. Je hebt dan een flinke portie
plot-laag over het einde van de structuur gedrapeerd die de potentie heeft om
alle wezenlijke gespreksstof te berde te brengen, en die waarschijnlijk niet
meer heel erg zal veranderen, afgetopt met een dialoog-laag-finale, die hopelijk
ook niet meer ingrijpend zal veranderen.
Je hebt dan waarschijnlijk ook nog een heleboel ongebruikte aantekeningen
liggen over eventuele gespreksinhoud. In de loop van je project bedenk je nou
eenmaal veel meer dingen die er allemaal 'in zouden moeten' dan wat past. Welke
onderwerpen aan de orde komen, staat nu dus wel zo'n beetje vast. Substitutie
kan nog wel. Een ziekte die iemand had, of hoe lang dat duurde, kan veranderen.
Een bepaald soort jeugdherinnering kan een andere worden. Maar er komt niet nog
iets wezenlijks bij. Het is vol.
Daar kun je dan even over nadenken. Want dan zullen er in de onbeschreven eerste
helft ook geen beladen gespreksonderwerpen meer bij komen. Dat zouden namelijk
losse eindjes worden.
Je zou zelfs met het besef van deze inhoud een voorzichtig opzetje kunnen maken
van het begin van het stuk. Je zou je kunnen afvragen wat daar nou te
plotten valt als het publiek nog helemaal van niks weet. Dat moeten dan wel hele
herkenbare strubbelingetjes zijn en zeker niet te veel ineens. Maar wel
richting-gevend aan de dramatische structuur en de moraal.
Ik heb gemerkt dat mijn aanpak van het drie-lagen-schrijfproces veel sneller kan gaan dan de acht maanden die ik, met het boekwerk van Truby nog op schoot, nodig had voor mijn eerste proefproject. Een goeie dramatische structuur kan best in twee weekenden. En dialogen schrijven is heel goed te combineren met plotten, zolang je maar beseft hoe 'klad' dat allemaal is. Hopelijk heb je inmiddels zoveel vertrouwen in het opzetten van een degelijke structuur en plot-laag, dat je de moed er in weet te houden wanneer je weer eens los gaat op een flinke dialoog terwijl nog maar valt te bezien of je die uiteindelijk zal gebruiken.
Verwacht niet dat als je voor alle plotfragementen geschikte dialogen hebt uitgeschreven en naadloos aan elkaar geplakt hebt, je werkstuk meteen staat als een huis. Tijdens het herlezen kom je er namelijk pas achter wat je nou eigenlijk hebt geschreven. Er zal in de dialoog-laag nog genoeg met woorden gespeeld kunnen worden om de vertoning fijner te maken, spanning beter vast te houden of afwisseling in spreekritme te verbeteren. De meeste toneelschrijvers gaan dan nog een proportioneel deel van hun tijd aan de tekst zitten schaven.