Je zou nu genoeg aantekeningen moeten hebben om de dialogen uit te schrijven
en aan elkaar te plakken. Als je tenminste tijdens het plotten al regelmatig
dialoogprobeersels hebt uitgewerkt. En ook als je veel boeiende voorstellingen
hebt gezien, gelezen of zelf hebt gespeeld, zal een eerste concepttekst geen
grote hindernissen geven. Heb je deze ervaring niet, dan kun je de volgende
hints gebruiken om je dialogen op te bouwen.
Neem, als je een slechte schrijfdag hebt, ter inspiratie de tekst van
een bekende toneelschrijver er eens bij. Mijn favoriete studie-object, waarvan
de dialogen spannend dicht op de huid van de beide personages blijven zitten, is
Gif van Lot Vekemans.
Het is wel gewoon weer veel werk. Een dramatische structuur en een plotschema zul je met meer ervaring steeds sneller voor elkaar krijgen. Maar laag 3 is gewoon veel werk. En je kunt er gaandeweg nog heel wat schrijftechnische toeters en bellen bij halen, zoals idioom, subtekst, en een incidentele tritagonist.
Als een toeschouwer na afloop van de voorstelling vertelt waar het over
ging, komt dat er hopelijk in geuren en kleuren uit. Maar dat is
voor een aanzienlijk deel gebaseerd of de fantastische inleving van
die toeschouwer. Niet zo zeer op benoemde feiten in de tekst.
Met feiten bedoel ik alles wat een toeschouwer ter kennisgeving aan zou
kunnen nemen: wat er (ooit) gebeurd is, waar ze zijn, in welke eeuw het
speelt, intenties van wie-dan-ook, en heel af en toe ook waarom dat
allemaal. ik noem het eigenlijk liever duiding.
Duiding in een goede toneeltekst is slechts het spoor van kiezeltjes dat
Hans en Grietje de weg naar huis deed terugvinden: een zoektocht naar
vertrouwde context. Het gaat, hoe stom dat ook klinkt, om het voortdurend
voorkomen van 'uitleggerigheid'.
Het credo luidt (herhaling):
"Laat de personages niks vertellen wat het publiek al weet, en verstop wat het publiek nog moet ontdekken in herkenbare uitingsdrang tussen personages die voornamelijk met hun eigen sores bezig zijn."
Als ik het publiek wil informeren over het feit dat deze twee elkaar ruim acht jaar niet gezien hebben, dan kan ik de moeder laten zeggen:
MOEDER Nou, we hebben elkaar acht jaar niet gezien.Tja, nu weet de toeschouwer het ook. Boeit niet. Het verstoort trouwens de logica dat ze dat heus wel weten. De oplossing is simpel: er moet altijd een gevoel meespelen:
MOEDER Dat is lang geleden. ZOON Ja ja. MOEDER Acht en half jaar, jongen.Zeg dat maar eens zonder je zoon voorzichtig te beschuldigen.
#ZOON wil het kort houden, en heeft zich voldoende durf aangemeten om binnen een paar minuten de ontmoeting te beëindigen, als er voor hem geen zicht blijkt op een redelijke afloop. Hij haakt in op de locatie van deze afspraak en haar telefonische toezegging om de brief toe te lichten. #MOEDER neemt een moeizame aanloop. Ze is voornamelijk zenuwachtig en praat daar op alle mogelijke manieren over heen. Ze probeert voorzichtig haar dominante gespreksritme terug te vinden, dat vroeger goed voelde.Daar kan ik op dialoogniveau vast wel ergens die 'acht jaar' duiden, had ik op plotniveau bedacht. En het feit dat zij dat veel te lang vindt, maar dat ze hem aan het begin van hun conversatie daar nog niet al te hard over durft aan te vallen. En dat het hem niet zo veel kan schelen, en zij die onverschilligheid ook nog niet al te hard zou willen afkeuren.
MOEDER Kon Angela niet mee? Ik had wel kennis willen maken.Dan laat ik het publiek weten dat hij een relatie heeft. Dat staat er niet letterlijk, maar dat is indirecte cliche-invulling. Het eerste wat de toeschouwer denkt wordt (onbewust) als waarheid meegenomen.
ZOON Ik zat op een echte schaakclub.
MOEDER We hebben het toch wel over hetzelfde? Die keer dat ik
je kwam brengen, zaten ze daar te mens-erger-je-nieten,
en krokodillen te kleien.
ZOON Die hoorden er niet bij.
Zodat, gecombineerd met de actuele emoties, min of meer duidelijk wordt:
Dit kan heel snel gaan als mensen in gesprek raken. Vijf tot tien
gevoelswaarden per minuut is in het dagelijks leven niet abnormaal.
Dat kan omdat gesprekspartners liever in hun eigen denkraam blijven
zitten. Het kost moeite om zich in elkaars situatie te verplaatsen, en dat
gaat makkelijk wringen. Pogingen om het denkraam van de ander te vinden
zullen regelmatig mislukken. Ook dat kan door de ander aanstootgevend
opgevat worden: niet begrepen worden. Wat dan weer tot een meningsverschil
leidt.
Zo kun je alle mogelijke verschillen in mening, kennis, kunde en ervaring
gebruiken om de dialoog heel natuurlijk op te rekken.
Gevoelens zijn de logica van dialoog!
Bovendien heeft elk personage minstens een herkenbaar gebrek. De ideale
schoonzoon zal nooit een karakter van betekenis zijn en hooguit een rol
hebben als meubilair van de situatie.
Wat echter nooit tot de gespreksstof van een personage behoort, is zijn of haar actuele emotie zelf. Die wordt gespeeld. In het echte leven wil iemand nog wel eens benoemen hoe die zich voelt op dat moment, maar in een toneeltekst doe je dat niet. Dat kan zelfs verwarrend zijn. De ervaren toneelbezoeker denkt dan toch meteen minstens het tegenovergestelde, want zo gaat dat in de betere toneelteksten.
De emoties die je dialoog voortbrengt mogen net zo lang aanhouden als
de acteurs het op een natuurlijke manier kunnen uiten. Mik op het 'nu'.
Iemand wil nu een antwoord, een mening, een instemming. Iets wat een
verandering teweeg brengt.
Jouw unieke hoofdpersoon heeft bepaalde stokpaardjes en uitingsvormen
die horen bij zijn of haar persoonlijk combinatie van karakter(gebrek) en
ervaring. Gebruik ze consequent.
De dialooguitwerking begint waarschijnlijk met het nuchtere feit dat je wilt benoemen, wat meestal (gebaseerd op het voorafgaande in de scene) in drie woorden wel moet lukken. Maar die informatie moet voor de toeschouwer als een toevallig extraatje aanvoelen. De emotie moet de scene leiden. Dit zijn een aantal methoden om een feitje in een dominante emotionele lading te verpakken:
| nuchter feit | emotie (nu) | methode | voorbeeld |
|---|---|---|---|
| dat er iets in haar boek stond | ik vind het een slecht boek |
ironie | Dat stond in dat mooie boek van jou. |
| dat ze soms iets voorzei | je mag mij wel dankbaar zijn |
overdrijven | Alles moest ik voorzeggen. |
| dat ze kerst- versiering had |
ik walg van die schijnvertoning | krachtterm | Ik had weer een kerstboom met 96 gekleurde kutlampjes. |
| dat hij haar vermeed | ik duld geen tegenspraak | veel tekst | Dus als je het gevoel had dat ik af en toe met opzet uit jouw blikveld verdween, dan klopt dat. |
| dat ze positief wil klinken |
ik ben bang om te falen |
regietekst | (ZENUWACHTIG) Ik ben zo blij je te zien. |
Laat ik tussendoor nog even inzoomen op de micro-logica van menselijke
uitingen. Iemand begint nooit zomaar te praten. Veelal onbewust worden een
aantal hordes genomen. Daar zitten een paar open deuren bij. Als de beoogde
toehoorder er nu even niet is bijvoorbeeld, maar het komt best nog wel eens
voor dat iemand uit ongenoegen dan maar tegen de 'verkeerde' begint te
pruttelen.
Deze controles kun je benutten om een woordenwisseling echt te maken.
Even vanuit de ik-persoon redenerend:
Ik zeg pas wat... - als ik er aan denk: - iemand begint er over - iets doet me er aan denken - ik denk er de hele tijd aan - als de beoogde toehoorder aanspreekbaar lijkt: - binnen spreekafstand - met aandacht voor mij - als ik een positief effect verwacht: - goed gezelschap zijn - om er beter van te worden (gelijk krijgen of slijmen) - om aanzien te verwerven (mijn goede eigenschappen belichten) - om mijn eigen stem te horen - als ik het durf - geen nadelige gevolgen - omdat ik vind dat het moet - als ik de spreekvaardigheid kan opbrengen - als er nu niks meer tussen komt dat belangrijker isDit zijn gedeeltelijk reflexen die in een bepaalde mate in iemands karakter zitten besloten, deels impulsen uit de situatie. Misschien verzin je er zo nog een paar bij.
A Je gelooft me toch niet. B Niet weg lopen! C Goed verzonnen, toch? D Wat ben je kortaf. E Luister je wel? (F ZEGT MET VOLLE MOND IETS ONVERSTAANBAARS.) G Waarom kijk je zo? H Wie zegt dat? I Moet je horen, dit is echt de slechtste grap ooit.Maar er is misschien ook slecht nieuws. Als nu blijkt dat je hier mee een waardevolle wending hebt ingelast, mag je meteen terug naar de plot-laag om na te gaan of de logica van het geheel niet aangetast is.
Het personage dat in je plotnotities een concrete verandering wenst is aan
zet. Maar ga er zeker niet van uit dat de tegenwerking die je vervolgens gaat
uitschrijven zich alleen maar op dat startmotief moet richten.
Het verschil in prioriteit dat de gesprekspartners aan hun onderlinge inbreng
hechten kan de bron zijn voor allerlei extra opwellingen. Prioriteten zijn iets
heel persoonlijks, zoals blijkt uit onderstaande voorbeelden.
de subtwist
Hierbij benoemt iemand een gegeven dat de ander (impulsief) op een
subgedachte brengt met een hogere prioriteit dan de openingszin.
Dit opent een uitweiding die blijk geeft van:
ZOON Ik speelde vaak tegen Koen. Hij was goed.
MOEDER Die was toch veel ouder?
ZOON Ik heb hem nog eens in de krant zien staan als
tweede van de regio.
MOEDER Welke krant?
botsende planning, waarbij elkaars verwachtingen worden betwist:
ZOON Dat als je bijvoorbeeld een keer zou komen oppassen,
het geen bal uitmaakt of jij aanbelt of die studente
die we laatst hadden.
MOEDER Ik?
Oppassen?
ZOON Om kennis te maken, zeg maar.
een ongewenste zijsprong, waarbij het uitweiden zelf wordt betwist:
ZOON (SCHIJNHEILIG) Komt papa nog?
MOEDER Laat je moeder nou eens even aan het woord. Je
dendert maar door.
Een sub-subtwist kan ook. Je kan ze net zolang laten afdwalen als de
emotionele logica toestaat, dus tot iemand het zat is.
de onduidelijke uitleg
Iemand probeert tevergeefs iets uit te leggen. Er zal dan wel iets aan die uitleg mankeren, maar het publiek moet er wel in mee kunnen gaan. Waak er in ieder geval voor dat je niet te vaak het woord 'bedoelen' gebruikt.
ZOON Sinds ik kinderen heb, weet ik het zeker. Zoals jij
reageert, dat is niet normaal.
MOEDER Daarnet, bedoel je?
ZOON Zo bedacht.
MOEDER Ja, ik moet soms even nadenken, is dat gek?
ZOON Ik zie gewoon dat het moeite kost.
MOEDER Ja, je moet grenzen stellen.
compleet langs elkaar heen - In dit voorbeeld heeft de moeder helemaal
niet door dat hij haar iets moeilijks probeert uit te leggen. Haar denkraam
zit op slot:
ZOON Als ik vertel dat ik iets moeilijk vind, doe ik dat
gewoon om te vertellen dat ik iets moeilijk vind.
Niet om meteen een halfbakken oplossing te krijgen!
MOEDER Rustig maar.
ZOON Ik wil geen oplossing.
MOEDER Problemen zijn er om op te lossen.
ZOON Ga daar nou voor de grap eens niet van uit.
MOEDER Wat?
ZOON Ik kan heus wel mijn eigen problemen oplossen.
MOEDER Nou blijkbaar niet.
De onduidelijke uitleg is de meest gebruikte aanreiking voor de toeschouwer.
Je kunt er feitelijke details in stoppen, karaktertrekken vergroten of
indirect voelbaar maken hoe het uitzicht op een goede afloop vertroebeld
wordt.
persoonlijk bijpraten
Je begeeft je op glad ijs als het voor de logica van je verhaal werkelijk nodig is dat een personage aan een ander iets moet uitleggen wat het publiek al lang weet of had kunnen raden. Beperk je tot bewoordingen die specifiek zijn voor hun verhouding. Zoek naar het persoonlijke perspectief van zo'n uitleg wat voor de toeschouwer ook nog een nieuwe zienswijze biedt:
ZOON Ik ga het nou niet uitleggen, maar ik heb best moeite
met sociaal contact.
Zo heet dat.
MOEDER Ik ben toch je moeder?
ZOON Dat geklets de hele tijd. Ik zeg het maar gewoon.
Goede toneelteksten zijn uitzonderlijk gekunstelde dialogen die
desalniettemin verdomd goed uit het leven gegrepen lijken. Alleen daardoor houdt
de toeschouwer het vol om dat de hele voorstelling te volgen.
Er zijn echter maar weinig mensen die ooit in het echt een flinke
monoloog hebben bijgewoond of zelf hebben uitgekraamd. Je zal monologen met
zuinigheid moeten plannen, als afwissling tussen alle confrontaties. Uit de
tijd dat ik zelf nog veel speelde, kan ik me herinneren dat we bij de eerste
lezing voor de komende productie, halsreikend uitkeken wie er een stevige
monoloog zou hebben. En dat waren er er dan misschien een stuk of drie in het
hele stuk.
Een monoloog gaat wel door op de inhoud, maar om het toch niet saai te laten
zijn moet die een onvermoedde diepgang aanboren, een uitzonderlijk scherpe
formulering bevatten of op een andere manier raak aanvoelen. Houd uiteraard in
de gaten of het logisch is dat er even niemand onderbreekt.
Ik wals er bij de voorbeeldjes in deze webtekst een beetje over heen, maar
er is ook eigenlijk geen standaard opmaak voor toneelscripts, zoals dat voor
filmscenario juist wel extreem strak is voorgeschreven. Als je er heel erg van
overtuigd bent dat een specifieke vormgeving zin heeft, doe dat dan maar.
Het allerbelangrijkste is gewoon dat helder is wat er van de acteurs verwacht
wordt. En met een riante marge kunnen die eventueel persoonlijke aantekeningen
op het uitgeprinte script bijkriebelen. Ik volg een beetje de indeling van de
meeste publicaties van bijvoorbeeld de
Toneelcentrale
en alle productiescripts die ik nog in de kast heb liggen: een heel gewoon
leesbaar lettertype (minstens 10pt), duidelijk uitspringende namen van de
personages en een redelijk luchtige regelafstand.
Maak beslist gebruik van automatische stijlen om geknoei met
layoutconsistentie te vermijden. Ik gebruik
LibreOffice Writer
van het gratis office-pakket dat vroeger OpenOffice heette. Een voorbeeld-layout
met stijldefinities vind je in
dit script-fragment
of
deze, die wat compacter
is.
Een doorgenummerde dialoog zie je niet veel, maar daar doe je de regisseur wel
een plezier mee. Aan de odt extensie zie je dat het een open document text is,
maar een soortgelijke opzet kun je ook in Word (doc of docx) proberen te maken. Bestandsuitwisseling tussen Word en
Writer is goed te doen. Het delen van een meeleesversie kan zonder problemen,
maar breng beslist alleen wijzingen aan met dezelfde tekstverwerker als waarmee
de stijlen zijn opgezet. Verkijk je niet op de eenvoud van het importeren.
Microsoft is een commercieel bedrijf, dus heen-en-weer-uitwisselbaarheid met een
gratis verkrijgbaar product is niet in hun belang. De uitbeelding van marges en
lettertypes kan hier en daar wat te wensen over laten.
Verder houd ik een paar inhoudelijke conventies aan.
Bij een logische adempauze in de tekst begin ik op een nieuwe regel
(Shift-Enter) en als iemand zichzelf afbreekt met een denkpauze, eindig
ik met...
Maar als wordt afgekapt door iets of iemand anders, eindig ik met-
250 MOEDER Ik wil dat je het weet. Dat ik het niet
toevallig vergeten ben te zeggen.
Nou ja, het is nou toch net geweest, maar
kun je mij uitleggen-
251 ZOON Nee.
Regiehints (neventekst), de kortere tussen haakjes in de dialoog, zet
ik in schuinschrift-hoofdletters:349 ZOON (ZACHT) Nou ben ik het zat. DE MOEDER GEEFT ER BLIJK VAN VOORTDUREND ALERT TE ZIJN OP EVENTUELE VOORBIJGANGERS VOOR ZE HAAR VOLUME VERHOOGT. 350 MOEDER Jij bent helemaal niks zat! Blijf zitten!En heel inhoudelijk wil ik nog wel kwijt dat gebruik van regiehints ten koste van heel veel dient te worden vermeden. Als uit de dialoog wel blijkt wat je er zo nodig bij had willen zetten, laat dat dan. Sterker nog, als je ergens in de scene iemand iets kan laten zeggen wat de behoefte aan een regiehint elimineert, en het is geen rare zin, doe dat vooral.
41 GRIMBERG Wat een heerlijk gesprek is dit. Zo midden
in de nacht.