picture of my desk

leidraad toneelschrijven inhoud

LAAG 1 - DE DRAMATISCHE STRUCTUUR inhoud

LAAG 2 - HET PLOTTEN VAN DE STRIJD inhoud

LAAG 3 - DE DIALOGEN UITSCHRIJVEN inhoud

alles op een hoop

Je zou nu genoeg aantekeningen moeten hebben om de dialogen uit te schrijven en aan elkaar te plakken. Als je tenminste tijdens het plotten al regelmatig dialoogprobeersels hebt uitgewerkt. En ook als je veel boeiende voorstellingen hebt gezien, gelezen of zelf hebt gespeeld, zal een eerste concepttekst geen grote hindernissen geven. Heb je deze ervaring niet, dan kun je de volgende hints gebruiken om je dialogen op te bouwen.
Neem, als je een slechte schrijfdag hebt, ter inspiratie de tekst van een bekende toneelschrijver er eens bij. Mijn favoriete studie-object, waarvan de dialogen spannend dicht op de huid van de beide personages blijven zitten, is Gif van Lot Vekemans.

Het is wel gewoon weer veel werk. Een dramatische structuur en een plotschema zul je met meer ervaring steeds sneller voor elkaar krijgen. Maar laag 3 is gewoon veel werk. En je kunt er gaandeweg nog heel wat schrijftechnische toeters en bellen bij halen, zoals idioom, subtekst, en een incidentele tritagonist.

over feiten

Als een toeschouwer na afloop van de voorstelling vertelt waar het over ging, komt dat er hopelijk in geuren en kleuren uit. Maar dat is voor een aanzienlijk deel gebaseerd of de fantastische inleving van die toeschouwer. Niet zo zeer op benoemde feiten in de tekst.
Met feiten bedoel ik alles wat een toeschouwer ter kennisgeving aan zou kunnen nemen: wat er (ooit) gebeurd is, waar ze zijn, in welke eeuw het speelt, intenties van wie-dan-ook, en heel af en toe ook waarom dat allemaal. ik noem het eigenlijk liever duiding.
Duiding in een goede toneeltekst is slechts het spoor van kiezeltjes dat Hans en Grietje de weg naar huis deed terugvinden: een zoektocht naar vertrouwde context. Het gaat, hoe stom dat ook klinkt, om het voortdurend voorkomen van 'uitleggerigheid'.
Het credo luidt (herhaling):

"Laat de personages niks vertellen wat het publiek al weet, en verstop wat het publiek nog moet ontdekken in herkenbare uitingsdrang tussen personages die voornamelijk met hun eigen sores bezig zijn."

Als ik het publiek wil informeren over het feit dat deze twee elkaar ruim acht jaar niet gezien hebben, dan kan ik de moeder laten zeggen:

   MOEDER    Nou, we hebben elkaar acht jaar niet gezien.
Tja, nu weet de toeschouwer het ook. Boeit niet. Het verstoort trouwens de logica dat ze dat heus wel weten. De oplossing is simpel: er moet altijd een gevoel meespelen:
   MOEDER    Dat is lang geleden.
   ZOON      Ja ja.
   MOEDER    Acht en half jaar, jongen.
Zeg dat maar eens zonder je zoon voorzichtig te beschuldigen.
Het goede nieuws is: je tekst wordt bijna altijd langer. Je moet het natuurlijk wel logisch maken dat ze hierover spreken.
In dit voorbeeld was het inderdaad logisch dat de moeder hem volledig de schuld in de schoenen wil schuiven dat ze elkaar zo lang niet gezien hebben. Terwijl ik meteen voelbaar maak dat het de zoon weinig kan schelen.
In mijn plot-laag staat:
 #ZOON wil het kort houden, en heeft zich voldoende durf aangemeten
  om binnen een paar minuten de ontmoeting te beëindigen, als er
  voor hem geen zicht blijkt op een redelijke afloop. Hij haakt in
  op de locatie van deze afspraak en haar telefonische toezegging
  om de brief toe te lichten.
 #MOEDER neemt een moeizame aanloop. Ze is voornamelijk zenuwachtig
  en praat daar op alle mogelijke manieren over heen. Ze probeert
  voorzichtig haar dominante gespreksritme terug te vinden, dat
  vroeger goed voelde.
Daar kan ik op dialoogniveau vast wel ergens die 'acht jaar' duiden, had ik op plotniveau bedacht. En het feit dat zij dat veel te lang vindt, maar dat ze hem aan het begin van hun conversatie daar nog niet al te hard over durft aan te vallen. En dat het hem niet zo veel kan schelen, en zij die onverschilligheid ook nog niet al te hard zou willen afkeuren.
Maar ja, ik schrijf niet op wat toch wel in mijn hoofd zit. En de hele begindialoog die uit dit plotfragent voort kwam, belicht natuurlijk nog wel wat meer dan dit ene feitje. Misschien moet ik er bij zeggen dat ik voor zo'n aanvangsfragment een lijstje met feiten verzamel, die na drie minuten wel door het pubiek opgepikt moeten kunnen zijn, bijvoorbeeld: Dat is natuurlijk een aanvulling op de structuurelementen die geïntroduceerd moeten worden.
Als ik bijvoorbeeld op pagina 3 laat vragen:
   MOEDER    Kon Angela niet mee? Ik had wel kennis willen maken.
Dan laat ik het publiek weten dat hij een relatie heeft. Dat staat er niet letterlijk, maar dat is indirecte cliche-invulling. Het eerste wat de toeschouwer denkt wordt (onbewust) als waarheid meegenomen.
Zo vul je door het hele stuk de dialoog met kleine informatiehints, steeds voorafgaand aan het strijdmoment dat die duiding nodig heeft. Dat kan al op de volgende bladzijde zijn, maar ook pas vijf scenes later.
Waar indirecte informatie is gebaseerd op cliche-associaties van het publiek, zullen feiten die de personages elkaar toewerpen bij voorkeur heel specifiek zijn. Dat voelt echt. Gebruik authentieke details die de ander genoeg aanleiding geven om te luisteren, in te haken of weerstand te bieden. Maar houdt het bij toucheren van zo'n feit. Het publiek mag zelf de lijntjes tussen de puntjes trekken:
   ZOON      Ik zat op een echte schaakclub.
   MOEDER    We hebben het toch wel over hetzelfde? Die keer dat ik
             je kwam brengen, zaten ze daar te mens-erger-je-nieten,
             en krokodillen te kleien.
   ZOON      Die hoorden er niet bij.
Zodat, gecombineerd met de actuele emoties, min of meer duidelijk wordt:
Verplaatst je tijdens het uitdenken van de dialoog volledig in de wereld van jou personages, en vind zo exclusieve details, die je zonder deze inleving niet ontdekt zou hebben. Vraag hulp of ga op onderzoek uit. Wat hier zeker bij hoort, is de spreekstijl van je personages, ook wel idioom genoemd. Idioom is een hele krachtige manier om indirect iemands achtergrond te laten doorschemeren.

over emoties

Dit kan heel snel gaan als mensen in gesprek raken. Vijf tot tien gevoelswaarden per minuut is in het dagelijks leven niet abnormaal. Dat kan omdat gesprekspartners liever in hun eigen denkraam blijven zitten. Het kost moeite om zich in elkaars situatie te verplaatsen, en dat gaat makkelijk wringen. Pogingen om het denkraam van de ander te vinden zullen regelmatig mislukken. Ook dat kan door de ander aanstootgevend opgevat worden: niet begrepen worden. Wat dan weer tot een meningsverschil leidt.
Zo kun je alle mogelijke verschillen in mening, kennis, kunde en ervaring gebruiken om de dialoog heel natuurlijk op te rekken. Gevoelens zijn de logica van dialoog!
Bovendien heeft elk personage minstens een herkenbaar gebrek. De ideale schoonzoon zal nooit een karakter van betekenis zijn en hooguit een rol hebben als meubilair van de situatie.

Wat echter nooit tot de gespreksstof van een personage behoort, is zijn of haar actuele emotie zelf. Die wordt gespeeld. In het echte leven wil iemand nog wel eens benoemen hoe die zich voelt op dat moment, maar in een toneeltekst doe je dat niet. Dat kan zelfs verwarrend zijn. De ervaren toneelbezoeker denkt dan toch meteen minstens het tegenovergestelde, want zo gaat dat in de betere toneelteksten.

De emoties die je dialoog voortbrengt mogen net zo lang aanhouden als de acteurs het op een natuurlijke manier kunnen uiten. Mik op het 'nu'. Iemand wil nu een antwoord, een mening, een instemming. Iets wat een verandering teweeg brengt.
Jouw unieke hoofdpersoon heeft bepaalde stokpaardjes en uitingsvormen die horen bij zijn of haar persoonlijk combinatie van karakter(gebrek) en ervaring. Gebruik ze consequent.

feiten en emoties combineren

De dialooguitwerking begint waarschijnlijk met het nuchtere feit dat je wilt benoemen, wat meestal (gebaseerd op het voorafgaande in de scene) in drie woorden wel moet lukken. Maar die informatie moet voor de toeschouwer als een toevallig extraatje aanvoelen. De emotie moet de scene leiden. Dit zijn een aantal methoden om een feitje in een dominante emotionele lading te verpakken:

nuchter feit emotie (nu) methode voorbeeld
dat er iets in haar boek stond ik vind het een
slecht boek
ironie Dat stond in dat mooie boek van jou.
dat ze soms iets voorzei je mag mij wel
dankbaar zijn
overdrijven Alles moest ik voorzeggen.
dat ze kerst-
versiering had
ik walg van die schijnvertoning krachtterm Ik had weer een kerstboom met 96 gekleurde kutlampjes.
dat hij haar vermeed ik duld geen tegenspraak veel tekst Dus als je het gevoel had dat ik af en toe met opzet uit jouw blikveld verdween, dan klopt dat.
dat ze positief
wil klinken
ik ben bang
om te falen
regietekst (ZENUWACHTIG) Ik ben zo blij je te zien.

ik zeg het pas als...

Laat ik tussendoor nog even inzoomen op de micro-logica van menselijke uitingen. Iemand begint nooit zomaar te praten. Veelal onbewust worden een aantal hordes genomen. Daar zitten een paar open deuren bij. Als de beoogde toehoorder er nu even niet is bijvoorbeeld, maar het komt best nog wel eens voor dat iemand uit ongenoegen dan maar tegen de 'verkeerde' begint te pruttelen.
Deze controles kun je benutten om een woordenwisseling echt te maken.
Even vanuit de ik-persoon redenerend:

Ik zeg pas wat...

- als ik er aan denk:
  - iemand begint er over
  - iets doet me er aan denken
  - ik denk er de hele tijd aan

- als de beoogde toehoorder aanspreekbaar lijkt:
  - binnen spreekafstand
  - met aandacht voor mij

- als ik een positief effect verwacht:
  - goed gezelschap zijn
  - om er beter van te worden (gelijk krijgen of slijmen)
  - om aanzien te verwerven (mijn goede eigenschappen belichten)
  - om mijn eigen stem te horen

- als ik het durf
  - geen nadelige gevolgen
  - omdat ik vind dat het moet

- als ik de spreekvaardigheid kan opbrengen

- als er nu niks meer tussen komt dat belangrijker is
Dit zijn gedeeltelijk reflexen die in een bepaalde mate in iemands karakter zitten besloten, deels impulsen uit de situatie. Misschien verzin je er zo nog een paar bij.
En dan is hier de schrijfbonus: Van uit al deze subgedachtes kan per direct de loop van het gesprek ombuigen. Waarbij je gratis extra repliek kunt opvoeren als:
   A   Je gelooft me toch niet.
   B   Niet weg lopen!
   C   Goed verzonnen, toch?
   D   Wat ben je kortaf.
   E   Luister je wel?
   (F ZEGT MET VOLLE MOND IETS ONVERSTAANBAARS.)
   G   Waarom kijk je zo?
   H   Wie zegt dat?
   I   Moet je horen, dit is echt de slechtste grap ooit.
Maar er is misschien ook slecht nieuws. Als nu blijkt dat je hier mee een waardevolle wending hebt ingelast, mag je meteen terug naar de plot-laag om na te gaan of de logica van het geheel niet aangetast is.

meer woordenstrijd

Het personage dat in je plotnotities een concrete verandering wenst is aan zet. Maar ga er zeker niet van uit dat de tegenwerking die je vervolgens gaat uitschrijven zich alleen maar op dat startmotief moet richten.
Het verschil in prioriteit dat de gesprekspartners aan hun onderlinge inbreng hechten kan de bron zijn voor allerlei extra opwellingen. Prioriteten zijn iets heel persoonlijks, zoals blijkt uit onderstaande voorbeelden.

de subtwist

Hierbij benoemt iemand een gegeven dat de ander (impulsief) op een subgedachte brengt met een hogere prioriteit dan de openingszin.
Dit opent een uitweiding die blijk geeft van:

Een sub-subtwist kan ook. Je kan ze net zolang laten afdwalen als de emotionele logica toestaat, dus tot iemand het zat is.

de onduidelijke uitleg

Iemand probeert tevergeefs iets uit te leggen. Er zal dan wel iets aan die uitleg mankeren, maar het publiek moet er wel in mee kunnen gaan. Waak er in ieder geval voor dat je niet te vaak het woord 'bedoelen' gebruikt.

De onduidelijke uitleg is de meest gebruikte aanreiking voor de toeschouwer. Je kunt er feitelijke details in stoppen, karaktertrekken vergroten of indirect voelbaar maken hoe het uitzicht op een goede afloop vertroebeld wordt.

persoonlijk bijpraten

Je begeeft je op glad ijs als het voor de logica van je verhaal werkelijk nodig is dat een personage aan een ander iets moet uitleggen wat het publiek al lang weet of had kunnen raden. Beperk je tot bewoordingen die specifiek zijn voor hun verhouding. Zoek naar het persoonlijke perspectief van zo'n uitleg wat voor de toeschouwer ook nog een nieuwe zienswijze biedt:

   ZOON      Ik ga het nou niet uitleggen, maar ik heb best moeite
             met sociaal contact.
             Zo heet dat.
   MOEDER    Ik ben toch je moeder?
   ZOON      Dat geklets de hele tijd. Ik zeg het maar gewoon.

monologen

Goede toneelteksten zijn uitzonderlijk gekunstelde dialogen die desalniettemin verdomd goed uit het leven gegrepen lijken. Alleen daardoor houdt de toeschouwer het vol om dat de hele voorstelling te volgen.
Er zijn echter maar weinig mensen die ooit in het echt een flinke monoloog hebben bijgewoond of zelf hebben uitgekraamd. Je zal monologen met zuinigheid moeten plannen, als afwissling tussen alle confrontaties. Uit de tijd dat ik zelf nog veel speelde, kan ik me herinneren dat we bij de eerste lezing voor de komende productie, halsreikend uitkeken wie er een stevige monoloog zou hebben. En dat waren er er dan misschien een stuk of drie in het hele stuk.
Een monoloog gaat wel door op de inhoud, maar om het toch niet saai te laten zijn moet die een onvermoedde diepgang aanboren, een uitzonderlijk scherpe formulering bevatten of op een andere manier raak aanvoelen. Houd uiteraard in de gaten of het logisch is dat er even niemand onderbreekt.

tekst layout

Ik wals er bij de voorbeeldjes in deze webtekst een beetje over heen, maar er is ook eigenlijk geen standaard opmaak voor toneelscripts, zoals dat voor filmscenario juist wel extreem strak is voorgeschreven. Als je er heel erg van overtuigd bent dat een specifieke vormgeving zin heeft, doe dat dan maar.
Het allerbelangrijkste is gewoon dat helder is wat er van de acteurs verwacht wordt. En met een riante marge kunnen die eventueel persoonlijke aantekeningen op het uitgeprinte script bijkriebelen. Ik volg een beetje de indeling van de meeste publicaties van bijvoorbeeld de Toneelcentrale en alle productiescripts die ik nog in de kast heb liggen: een heel gewoon leesbaar lettertype (minstens 10pt), duidelijk uitspringende namen van de personages en een redelijk luchtige regelafstand.
Maak beslist gebruik van automatische stijlen om geknoei met layoutconsistentie te vermijden. Ik gebruik LibreOffice Writer van het gratis office-pakket dat vroeger OpenOffice heette. Een voorbeeld-layout met stijldefinities vind je in dit script-fragment of deze, die wat compacter is.
Een doorgenummerde dialoog zie je niet veel, maar daar doe je de regisseur wel een plezier mee. Aan de odt extensie zie je dat het een open document text is, maar een soortgelijke opzet kun je ook in Word (doc of docx) proberen te maken. Bestandsuitwisseling tussen Word en Writer is goed te doen. Het delen van een meeleesversie kan zonder problemen, maar breng beslist alleen wijzingen aan met dezelfde tekstverwerker als waarmee de stijlen zijn opgezet. Verkijk je niet op de eenvoud van het importeren. Microsoft is een commercieel bedrijf, dus heen-en-weer-uitwisselbaarheid met een gratis verkrijgbaar product is niet in hun belang. De uitbeelding van marges en lettertypes kan hier en daar wat te wensen over laten.

Verder houd ik een paar inhoudelijke conventies aan. Bij een logische adempauze in de tekst begin ik op een nieuwe regel (Shift-Enter) en als iemand zichzelf afbreekt met een denkpauze, eindig ik met...
Maar als wordt afgekapt door iets of iemand anders, eindig ik met-

   250  MOEDER    Ik wil dat je het weet. Dat ik het niet
                  toevallig vergeten ben te zeggen.
                  Nou ja, het is nou toch net geweest, maar
                  kun je mij uitleggen-
   251  ZOON      Nee.
Regiehints (neventekst), de kortere tussen haakjes in de dialoog, zet ik in schuinschrift-hoofdletters:
   349  ZOON      (ZACHT) Nou ben ik het zat.

DE MOEDER GEEFT ER BLIJK VAN VOORTDUREND ALERT TE ZIJN OP
EVENTUELE VOORBIJGANGERS VOOR ZE HAAR VOLUME VERHOOGT.

   350  MOEDER    Jij bent helemaal niks zat! Blijf zitten!
En heel inhoudelijk wil ik nog wel kwijt dat gebruik van regiehints ten koste van heel veel dient te worden vermeden. Als uit de dialoog wel blijkt wat je er zo nodig bij had willen zetten, laat dat dan. Sterker nog, als je ergens in de scene iemand iets kan laten zeggen wat de behoefte aan een regiehint elimineert, en het is geen rare zin, doe dat vooral.
Zoals bij de volgende opmerking die overduidelijk ironisch bedoeld blijkt, maar ook meteen een regiehint bespaart aan het begin van de scene, over de schaarse belichting:
    41  GRIMBERG  Wat een heerlijk gesprek is dit. Zo midden
                  in de nacht.

ALS HET TEGEN ZIT inhoud

leren toneelschrijven uit boeken inhoud

een cursus toneelschrijven in drietallen inhoud