Terug naar af. Misschien hoor je de personages in je
hoofd al praten. Of heb je een mooie woordenwisseling of handeling bedacht
die er beslist in
zou moeten. Schrijf uiteraard alles op wat van pas kan komen. Maar in
deze laag moeten we ons vrij scherp beperken tot de essentie van het
verhaal, de structuur.
De hoofdpersoon wordt tegenwoordig
vaak aangeduid met held (hero), en in oudere
verhandelingen protagonist. Dat is de persoon voor wie de toeschouwer
vrij snel de meeste sympathie zal voelen. Wiens lot de meeste indruk
wekt.
Er zijn ook verhalen met een duo-hoofdpersoon of een groep mensen. Het
boekwerk van Truby gaat hier wat dieper op in, maar ik zal het simpel
houden. De held kan ook een dier of een robot zijn. Zolang het maar in
staat is lief en leed te uiten.
Waar droomt jouw held van? Er is nooit alleen maar een enkelvoudige hinder
of moeilijkheid. Er moet een complete probleemsituatie zijn
(problem). Alles wat binnen het vermogen van deze held lag, zou
al eens geprobeerd of afgewimpeld moeten zijn. Het ontneemt de hoofdpersoon
zijn of haar levenslust, als een gevangensschap. Er is geen uitweg. Terwijl de
held amper het hoofd boven water houdt, zal hij of zij zich in mijmeringen
verliezen over een fantastische wereld waar alles goed is.
Tot er een lichtpuntje opdoemt, een ontsnappingsmogelijkheid. De droom wordt
een concreet verlangen (desire) met een impulsieve eerste versie
van een actieplan (plan), en beslist geloofwaardig als je
er inmiddels voldoende onderliggend drama bij hebt gehaald.
Benoem in ieder geval voor jezelf waar dat lichtpuntje vandaan kwam
(inciting event). Welke samenloop van omstandigheden inspireert
hem of haar om in die ontspanningsroute te gaan geloven en het sluimerende
droombeeld te gaan najagen?
Wat zie je op de denkbeeldige foto, die de hoofdpersoon voor ogen heeft om dat
streven concreet te maken? Een beschrijving van die foto is vaak een
effectievere formulering dan in woorden proberen te vatten 'wat iemand wil',
vooral omdat de aanpak van de held tijdens je uitwerking nog wel eens
bijgesteld zal worden. Maar die foto blijft. Hoe ziet dat er uit?
Een interessante held heeft altijd een bepaalde eigenwijsheid, een gebrek aan
inzicht of besef (need) dat al aan het begin van het verhaal voor
het publiek merkbaar moet zijn. Dit is altijd iets waar hij of zij zich niet
bewust van is, tot aan het eind van het verhaal. Dan valt er een enorm
kwartje.
In de beste verhalen zal het verkrijgen van de need uiteindelijk het eigenwijze
verlangen waar het verhaal mee begon elimineren. Het verdient aandacht om van
die need twee aspecten uit te pluizen:
psychologisch: wat wint de held voor zichzelf?
moreel: wat maakt de held een beter mens voor anderen?
Verder heeft hij of zij nog wel een doorslaggevende
zwakheid (weakness), wellicht meerdere. Daardoor zal het
bereiken van het verlangen een lastige onderneming worden, en is er dus
meer schrijfgelegenheid om spannende momenten geloofwaardig te maken.
Door een (toevallige) verandering of ingeving (inciting event)
wordt het verlangen van de held concreet. De hoofdpersoon wil in actie komen en
zet een strategie uit (plan). Dat kan ook al gebeurd zijn voordat
je verhaal op het toneel op gang komt. Benoem op hoofdlijnen de strategie van de
hoofdpersoon, maar ook de belangrijkste plan-B-achtige voornemens ingeval het
tegen zit. En uiteraard zit het tegen, want al snel duiken tegenstanders op
(opponent/antagonist).
In liefdesverhalen komt het ook regelmatig voor dat niet alleen de aanstaande
schoonvader, maar ook de beoogde geliefde zelf een ware tegenstander blijkt.
Daar naast zal er nog veel meer pech en tegenslag zijn. Veelvuldig zullen
tegenvallers opduiken en een aantal malen zal de strategie van de held
bijgesteld moeten worden.
Probeer het plan van aanpak (wat is de tactiek) op twee of
drie hoofdlijnen in de structuur te benoemen, en die pas in de plot-laag van een
geschikte soort gespreksstof te voorzien (hoe gaat de held dat
proberen).
Afgezien van een introductie aan het begin en de afwikkeling aan het
einde, is er sprake van een enorm fors midden. Dit is feitelijk een
uitgestrekte serie conflicten die uitmonden in een eindstrijd
(battle). Eigenlijk is dat van alle bijgestelde
plannenmakerij de allerlaatste poging. Een buitengewone opoffering wordt
gedaan of een diepe angst wordt aan de kant geduwd. Maar wat het echt
oplevert is een verrassend moment van inkeer. Daar ontstaat voor de
hoofdpersoon een euforisch inzicht (self-revelation) dat
zijn of haar eigenwijsheid altijd verborgen hield. En van die zienswijze mag het
voltallige publiek vinden dat we daar alleen maar beter van worden. Dat is de
need.
Er word wel aangestipt dat elk verhaal een proces toont van een stabiele
beginsituatie naar een stabiele eindsituatie. De need maakt
het verschil. Dat einde, waarvan het publiek eigenlijk geen
verdere detaillering behoeft, heet een new-equilibrium
(en ze leefden nog lang en gelukkig).
De problematiek, het verlangen en het plan van de held liggen er meestal nogal dik boven op. Maar juist de andere structuurelementen moeten vrij snel geïntroduceerd zijn. Vooral de need en een flinke portie weakness zal je zo snel mogelijk voelbaar moeten maken.
Ik heb geprobeerd te begrijpen waarom need zo belangrijk
is voor een pakkend verhaal. Het lijkt wel of wij - mensen - een intrinsieke
verbondenheid voelen als een medemens onbewust zijn of haar kinderlijke
oer-intuïtie tracht aan te boren en alleen al daarom met beterheid wordt
beloond. Als een soort mensenrecht dat ieder, ongeacht ras, religie, afkomst
of behebt met wat voor gebrek dan ook, verdient.
Zonder dat het grote-mensen-gewin mee speelt dat al ons handelen de hele
dag dirigeert. Een goed verhaaleinde doet ons geloven in dat goede. Een
willekeurige toeschouwer zal zich niet bewust te zijn van deze waarheid.
Die denkt halverwege de voorstelling hooguit:
- voel wat je echt voelt
- vind je eigenwaarde
- stap uit het patroon
- let niet op anderen
- dwing jezelf niet
- volg je droom
- doe eens gek
- denk niet na
- wees jezelf
- ga er voor
Vind wijsheid! Dat is de need. Ontsnapt uit het moeras van problem en
weakness. Ook als het verhaal slecht afloopt, willen wij - mensen - de
potentie van die eindzege ervaren.
De premisse is je verhaal in een enkele zin, en er wordt wel eens gesteld
dat je daar mee begint. Dat is natuurlijk niet zo, maar vroeg of laat zul ze
hem toch moeten vangen, om de essentie van je verhaal te doorproeven. Liefst
als je al flink over de personages hebt nagedacht.
Nu bijvoorbeeld.
Het is meestal een lange ietwat gekunstelde stelling die de hoofdlijn van
het verhaal benoemt en het gaat ongeveer zo: een specieke persoon met een
specifieke bijkomstigheid, wil iets bereiken wat beslist zal botsen, en zus of
zo loopt het af.
Staar je er niet blind op. Het moment waarop je de premisse nodig hebt, komt
vanzelf, als je de kern wil vatten: wat wil ik nou eigenlijk vertellen? Ik
zal je die van mijn voorbeeldstuk niet onthouden:
Een eenzame moeder die nooit heeft leren omgaan met emoties,
wil het contact herstellen met haar zoon met wie ze het jaren
geleden uit gemaakt had, waardoor ze haar kwetsbare 'ik' vind.
Bij het overpeinzen van de premisse kun je, als je die aandrang hebt, min
of meer nagaan wat jouw mening over iets is. Of je die daar mee kunt insluiten.
Uiterst indirect natuurlijk, want in de zaal zit niemand op de mening van een
schrijver te wachten. Ik benoem dit nu maar even expliciet. Zodra je behoefte
krijgt om de premisse te formuleren en te toetsen, blijkt ook vaak waarom je
dit stuk wilde schrijven. Als je de zingeving van jouw
schrijfambitie
ontleent aan een mening over iets, probeer die mening dan te plooien naar iets
wat toeschouwers willen doorgronden. En wel zo dat het niet in ze op zal komen
dat de schrijver het allemaal zo bedoeld heeft.Heb je wel de goede hoofdpersoon uit de probleemsituatie gekozen? Als het
over een relatie gaat, kun je meestal kiezen. Wie heeft er het meest te verduren
gehad, wat vaak neer komt op verbergen? Wie heeft de meeste omstanders, die zich
ermee wilden bemoeien, het vaakst afgewimpeld?
Je ziet je personages natuurlijk al lang voor je. Misschien zijn ze ontstaan
uit mensen die je echt kent. Dan is het best een opgave om al het vertrouwde
vlees en bloed van hen af te schrapen om ze honderd procent geschikt te maken
voor je verhaal.
Als je de volgende vragen instemmend kan afvinken, heb je de structuurfase afgerond: