Het fundament van jouw weg in aanbouw is gelegd. Je kunt er bij wijze van
spreken al over lopen. Nu kun je beginnen aan het uitstippelen van
gebeurtenissen. Het is natuurlijk helemaal prima als er ook al heuse
woordenwisselingen in je opkomen die dat spannend maken, maar richt je in deze
fase op het beschrijven van de interactie: alle mogelijke gebeurtenissen die je
aan de dramatische structuur kunt ontlenen.
pogingen van de held om het desire na te jagen en botsingen in de planning van
iedereen die je erbij wil trekken.
Gooi alle aantekeningen over eventuele gebeurtenissen en wendingen, die je tot nu toe al had gemaakt op een grote hoop. Ook als je het gevoel hebt dat er misschien nog wel wat bij zou kunnen, kun je best vast beginnen door steeds een paar bij elkaar horende dingen te pakken die je in gedachten al zou kunnen opkloppen tot dialoogniveau. Wat voor dingen dat zijn kan te maken hebben met:
Laat jouw held in ieder geval zijn of haar desire in een onhandige volgorde najagen. Als de geliefde het zelf al resoluut uit maakt met je hoofdpersoon, is het verhaal snel afgelopen en heeft het voor die ongelukkige held geen nut meer om nog met een vijandige schoonvader aan te pappen. Tenzij het toch niet zo resoluut was als eerst leek. Omdat je tamelijk kunstmatig de boel zit op te rekken, ben je niet alleen zwakheden van je personages aan het bijverzinnen. Maar gaandeweg moet je ook relevante achtergronden toevoegen. Is die schoonvader wel vijandig? Hoe zou het zijn als dat niet waar was en wie zou dat gerucht de wereld in geholpen kunnen hebben? Wat beweegt ze om onbewust zo'n omweg af te leggen? Maak aantekeningen van dat soort bijverzonnen feiten, want zo iets zou dan al eerder geduid kunnen worden.
Zoals ik al had gesuggereerd hebben de eindfragmenten de hoogste prioriteit maar je checkt natuurlijk regelmatig de logica van voor naar achteren. Beschrijf van moment tot moment wat ze, op gespreksniveau, denken dat er te halen valt en hoe dat wel of niet lukt. Het is een duivelse dubbelrol, want alles wat je verzint om het publiek een plezier te doen, gaat ten koste van die arme karakters. Elk onderwerp dat je ze laat aansnijden, maar ook de manier waarop, kan elk moment tegen ze gebruikt worden. Terwijl problem, desire en plan van de hoofdpersoon de leidraad zijn, zullen ook weakness en need een fijne inspiratiebron zijn voor het verzinnen van misverstanden, wrijving en tegenslag.
Terloops ben je nu een karakterdossier aan het invullen (of gewoon personages-info.txt), extra stukjes geschiedenis, die de plotvolgorde logisch maken. Probeer er tijdens een pauzewandelingetje ook eens achter te komen welke keuzes de karakters in het verleden gemaakt kunnen hebben, en niet minder belangrijk waarom ze eigenlijk in een bepaalde scene tevoorschijn komen of zo nodig weer vertrekken. Zo komt er ook steeds meer gespreksstof bij die je waarschijnlijk helemaal niet gepland had. Kies dingen die min of meer met je moraalredenatie te maken hebben. Anders bestaat de kans dat het alle kanten op gaat.
De losse plotfragmenten kun je waarschijnlijk het beste laten beginnen met een onderwerp waarmee iemand een gesprekswending forceert ten opzichte van het voorgaande, of als het voorgaande in de rangschikking nog niet duidelijk is of ontbreekt, een gespreksinitiatief dat door hem of haar makkelijk belangrijker gemaakt kan worden dan al het voorgaande. Op die manier begint er wel al iets van een volgorde te dagen, ter overpeinzing, maar nog niet precies hoeveel dialoog daar eventueel tussen zit.
Ook al was ik er inmiddels van overtuigd dat een plot-laag geen overbodige luxe is, en dat achterste-voren plotten het meest effectief is, ben ik in deze fase nog wel eens vast gelopen. Ik benoem wat aandachtspunten en antwoorden op vragen die ik ooit had.
Als mensen op straat gaan staan schreeuwen of de vuist gaan, dat de politie
achteraf van escaleren zou spreken en het die avond op journaal zou zijn, dan is
er vast iets gebeurd wat in een spannend toneelstuk zou passen. Maar zover hoeft
het niet te komen om toch een toneelwaardige strijd uit te schrijven. Zolang
jouw personages maar iets doen wat het moreel besef aantijgt. Het moreel besef
van de anderen, wel te verstaan. Schreeuwen en schoppen kan daar bij horen, maar
er zijn vast wel specifiekere manieren waarop jouw held de ander kan aanvallen
of kwetsen, of zelf aangevallen of gekwetst kan worden.
Maak een lijstje van deze mogelijkheden, denkend aan de mate van het effect
op de ander. Die mate bepaalt in grote lijnen de volgorde in het plotscript en
wat de climax is. Je bent eigenlijk op zoek naar de meest spannende volgorde van
kwetsen. Het ergste dat de combinatie van personages elkaar kunnen aandoen, dat
is het hoogtepunt.
Wat in dit schrijfstadium als moeizaam aanvoelt zou zich in een extreem helder moment van het dramatisch startpunt al hebben kunnen openbaren als de beklimming van een ladder van oplopende grensoverschreidingen. Heel misschien kon je die ladder van provocaties toen al klaar zetten.
Niet alleen je personages, maar ook de toeschouwers, zullen vroegtijdig afhaken als de toename van de strijd met alleen maar stijgende geestdrift gepaard gaat. Het is fijner om die in golven te doseren. Er zal iemand in toon en spreekritme even terug schakelen of zo'n terugschakeling van een ander eisen:
HYPERHENK Hou je waffel nou eens!
Waar zijn we nou mee bezig?
Niet dat de spanning minder wordt. Je kunt dit plotten
als iemands natuurlijke behoefte aan bezinning om een fellere vervolgconfrontatie
op te kunnen brengen. Als je in de uiteindelijke
dialoog-laag de psychologie van je personages van zin tot zin gaat nalopen, kom
je hier vanzelf achter. Maar het kan handig zijn om in de plot-laag al vast een
paar beheerste passages in te calculeren.
Regelmatig zul je de loop van de scene moeten doorbreken. De eerste versie
van je plotstructuur zal de neiging hebben om dialogen voort te brengen die, net
als gesprekken in het echt, veel over inhoud te gaan. Dat wordt snel saai omdat
gespreksinhoud zonder wendingen meestal geen dingen duidt waar het publiek
wijzer van wordt.
Je moet dus in de plotfase al aanvoelen hoe lang of kort zo'n onderwerpje aan de
orde kan blijven en dan weer een goede reden geven om van die inhoud af te
wijken. Verzin aanleidingen waarom men elkaar onderbreekt, een andere kant op
redeneert of dat er iemand bij komt, of in het alleruiterste geval iemand het
gesprek verlaat.
Dit moet geloofwaardig zijn, hooguit een klein beetje verrassend maar
met kennis van het voorgaande absoluut geloofwaardig. Het publiek moet die
wending kunnen snappen. Complete verrassingen zijn namelijk gevaarlijk. Die
geven het publiek niet de lust om te raden hoe het verder gaat. En juist dat
voortdurend kunnen-raden is de lust van de toeschouwer.
Echt leuk is het natuurlijk niet om alleen maar van de ene strijd, twist of
spraakverwarring naar de volgende te worden gedirigeerd. Kan mijn held zich dan
nooit even lekker in zijn of haar comfort zone wentelen? Nee, maar je kunt hem
of haar wel een verhaal in de mond leggen over een andere plek of een andere
tijd, een herinering over iets wat er ooit was of iets wat ontbrak. Of de
uiting van een fijn droombeeld. Niet over hier en nu.
Het fijne zit hem er in dat niemand het betoog onderbreekt, wat neer komt op een
monoloog. Hierdoor valt het strijdbesef even helemaal weg, wat een prima
gelegenheid is om iets te duiden over de bijzondere gevoelens van de
hoofdpersoon. Dit versterkt het publieksbesef van de omstandigheden, als je
tenminste de motivatie logisch kan maken om die bijzondere gevoelens te uiten
zonder dat het uitleggerig wordt.
Maar de belangrijkste reden om een monoloog in te lassen is wederom afwisseling.
Het is weer eens een andere manier om het speeltempo te verlagen.
Of je een realistische locatie aanhoudt die met decorstukken wordt verbeeld
of niet, die plek (of meerdere) heeft een relatie met de gebeurtenissen die je
nu aan het verzinnen bent. En dan is er nog die oude verhalenwet die stelt dat
er van het wie-wat-waar bijna altijd twee tamelijk herkenbaar zijn.
Alleen de derde is buitengewoon. Of er is iemand abnormaal bezig (een gek).
Of er gebeurt iets wat normaal nooit gebeurt (een ramp). Of men bevindt zich in
een vreemde situatie (een droomwereld). Maar beslist nooit twee of alle drie.
Als je twijfelt over de locatie die je hebt bedacht is dit wellicht een handig
checklijstje:
Mocht je ondertussen willen weten of je een avondvullende voorstelling of
een eenakter onder handen hebt, tel dan in het plotschema hoe vaak de
denkbeeldige toeschouwer iets ontdekt of ziet aankomen wat die nog niet spontaan
uit eerdere gebeurtenissen had kunnen opmaken. En dat dan maal vijf minuten.
Heel erg ongeveer.
Als dat niet is wat je eigenlijk wilde, begin dan maar weer een beetje opnieuw
met je plotbriefjes, je plotlijst of hoe je die vastlegging voor elkaar had.
Hoe het stuk precies begint, dat zou de achterste-voren-sluitpost van de
plotfase zijn. Maar het is eigenlijk ook de etalage van je werkstuk. Voor dat
het publiek de winkel in gaat zal men al enthousiast gemaakt moeten zijn om naar
binnen te gaan. Schrijftechnisch is dat dus geen sluitpost. Je introduceert er
de dramatische structuur. Tenminste de elementen van de structuur die je nu al
kan introduceren. De battle zelf zit daar natuurlijk niet bij, maar
mogelijk wel wetenswaardigheden die daar mee te maken hebben. Problem, need en
weakness van de hoofdpersoon en het bestaan van de nodige opponenten moeten
onmiskenbaar geduid worden. En als allerlaatste begin-element het desire van de
held. Want vanaf het moment dat het publek er achter komt wie er iets groots aan
het verlangen is, zal de spanning van het verhaal worden gedragen door de
planning van de hoofdpersoon.
Laat tot dat moment need, weakness en problem aan de orde komen in een volgorde
die het beste uitkomt. Maar doseer zorgvuldig. Laat in het begin beslist niet
te veel tegelijk gebeuren omdat het nou eenmaal om een kennismaking van allerlei
potentieel heftige zaken gaat. Laat feitelijk helemaal niks gebeuren wat het
publiek niet kan verwachten. De opvolgende tekstflarden moeten allemaal heel erg
normaal en voorspelbaar overkomen, maar steeds op een enkel ding na. Dat ene
ding, waar een normaal mens meestal wel even van opkijkt, dat is dan het
dramatisch element dat je introduceert, bijvoorbeeld dat
iemand blijkbaar:
Als je alle strijd- en kwetspotentie van je personages in een logische volgorde hebt beschreven, en je verwacht in staat te zijn om bij ieder fragment een waarachtige dialoog op te hoesten, waarbij tussen de regels door voldoende mogelijkheid is om jouw persoonlijke moraal overpeinsbaar aan te stippen, dan heb je de plotfase afgerond.