Hoe wil je verder als toneelschrijver?
Als ik in mijn jonge jaren al had gewteten wat ik later wilde worden, had ik
misschien zomaar op de HKU in Utrecht (Writing for Performance) of bij ArtEZ in
Arnhem (Creative Writing) kunnen belanden, beide full time HBO-opleiding. Die zullen waarschijnlijk ook
wel hoger scoren op Google als je werkelijk op zoek was naar
een 'opleiding toneelschrijven'. Maar wie daar heen gaat zal beslist niet full
time toneelstukken gaan schrijven. Daarvoor is om te beginnen ons taalgebied te
klein. De meesten gaan ook TV-scenario's doen, regiseren of belanden deels aan
de zakelijke kant van het theatermaken.
Ik ga er van uit dat je aan je schrijfambities geen inkomen ontleent waar je
woonlasten en je dagelijkse boodschappen vanaf hangen. Dus als je dit leest ben
je vrijetijdstoneelschrijver. Dat woord kent Google niet.
Maar dan nog houdt het niet op bij de publicatie van je tekst. Ook dan komen er
zakelijke aspecten van het schrijfambacht bij kijken. Wil je zelf produceren?
Hoe behendig ben je met een subsidie-aanvraag? Ken je theatermakers die een
samenwerking wel zien zitten of schrijfgenoten met dezelfde ambitie als jij?
Ben je lid van de Auteursbond? Heb je een B.T.W. nummer?
Laat ik er van uit gaan dat je pas tevreden bent als jouw tekst wordt gespeeld voor een zaal vol mensen die een kaartje hebben gekocht. Toch?
Van alle amusementswaarden van een voorstelling is
de moraal van het verhaal
het meest hoogdravend. Dat je een mening hebt die je op een gepaste manier aan
de toeschouwer wil opdringen. Dat je gelijk wil krijgen over iets, meestal iets
van menselijk gedrag.
Maar zelfs als ik daar helemaal niet op uit zou zijn, ervaar ik dat het hebben
van een eigenwijze mening over iets, mij helpt te selecteren wat voor onderwerpen
ik, bij wijze van thema, in de dialogen wil verwerken. Dat het een geheel wordt.
Ik denk ook dat ik daarmee kan voorkomen dat mijn stuk heel erg gaat lijken op
een stuk dat al bestaat.
Maar niemand in de zaal wil een mening opgedrongen krijgen. Zelfs niet van de
vriendin die voor deze keer alle kaartjes heeft betaald.
Als je met een moraal aan de slag wil gaan die het publiek beroert, dan moet je
die bij de toeschouwer laat ontstaan. De moraal is eigenlijk niet meer dan jouw
schrijftechnische kapstok, terwijl jouw personages schrijftechnisch voornamelijk
bezig zijn met het ophangen van jassen. Je laat ze gedrag vertonen, of meningen
over gedrag ventileren, tegelijk, om de beurt of met tussenpozen, dat heel erg
voor of heel erg tegen jouw boodschap is. En als je dat goed doet, krijg je nog
gelijk ook, zonder dat je daar bij hoeft te zijn.
hij Ik vind het ongelooflijk zoals jij
nog steeds in je verdriet zwemt
zij Oh ja
hij Alsof het een heerlijk warm bad is
In
Gif van Lot Vekemans
zien we de ex-geliefden die jaren geleden, op de dag dat hun kind overleed,
abrupt uit elkaar gingen zonder verder nog contact te hebben. Ik ga maar niet
raden wat mevrouw Vekemans in haar structuurschema heeft staan, maar als ik even
doe alsof ik een gemiddelde toeschouwer ben, dan haal ik er wel uit dat zo
abrupt uit elkaar gaan na zo'n ingrijpende gebeurtenis het stomste is wat je kan
doen. Dat zal de gemiddelde toeschouwer, ergens na dit fragmentje, zelf bedenken
en de weg naar die gedachte wordt door de voorstelling gelegd.
Een verhaal met een dramatische structuur en een een herkenbare hoofdpersoon biedt het publiek inzicht hoe je met een bepaalde moeilijke situatie het beste kan omgaan. Het doet er dan even niet toe of de hoofdpersoon succesvol is. Alleen al de publiekservaring van dat inzicht is voldoende.
Een thematisch verhaal zonder de structuur van een hoofdpersoon is meer
beschouwend. Het biedt een inzicht in iets dat niet zal veranderen en er waar
geen van de personages heel diepzinnig over na zal denken. Zo is het leven nou
eenmaal. Heel vervelend, dat wel, maar niemand verandert er wat aan.
Ook dat kan jouw moraal zijn, maar er zijn minder geschreven wetten hoe
je dat moet arrangeren. Maar ook dan zul je personages opvoeren die
minstens voor een scene even het hoofdpersoonmiddelpuntje zijn. Dat boeit
nou eenmaal.
Ik bedoel de mate waarin jouw tekst los staat van de waan van de dag in ons kikkerlandje. Het hoeft helemaal niet, maar je zou er bewust naar kunnen streven dat de geschreven tekst ook in andere culturen of ten minste jaren later gezelschappen kan inspireren om een beleving te bieden die zalen vult.
Op een eenakterfestival waar ik met mijn groep ooit aan mee deed deelde we
rapportcijfers uit aan de andere voorstellingen: concurenten in de strijd om
de publieksprijs. Je bent zo'n weekend heel bewust bezig met kwaliteit van
een voorstelling. Zulke directe feedback zul je bij reguliere producties
waarschijnlijk niet organiseren en de meeste groepen daar speelden gewoon een
stuk van de plank.
Tijdens het schrijven zit het waarschijnlijk wel tussen je oren, dat er bij
het herlezen na iedere twee zinnen wel een minimoment van kwaliteitsreflectie
zit. Dan dringt de volgende 3-eenheid zich onbewust op.
Elk creatief werkstuk, maakt niet uit wat, een betonnen sculptuur, een digitale
experience of een toneelvoorstelling, moet in ieder geval zo op de toeschouwer
overkomen:
Een extra attractieve waarde heeft te maken met je doelgroep. Mocht je
onverhoopt niet met doelgroepen bezig zijn, dan doet het marketingteam van
de productie dat wel.
Als de voorstelling het wel en wee van een maatschappelijke minderheid
presenteert, nodig je de toeschouwer uit daar meevoelendheid voor op te
brengen. De toeschouwers in het publiek die zich in die minderheid herkennen,
zullen je dankbaar zijn, en de overige nieuwsgierigen verrijken zich met stof
tot nadenken.
Als de voorstelling dit engagement niet heeft, dan is er altijd nog gewoon
vermaak. Dat kan ook heel erg BOE zijn. De bezoekers is een avondje
uit en kan zijn eigen sores even vergeten. Dat is ook een doelgroep.
Laten we er van uit gaan dat de publiciteitsuitingen de juiste doelgroep naar
het theater heeft gelokt. De rest, die thuis naar Netflix zit te kijken, hoeft
gelukkig geen mening over de voorstelling te hebben.
En hoe zit het met je taalvaardigheid: dialogen met krachtige klanken,
ritmes die rollen als een gedicht, beladen met beeldspraak en wonderlijke
woordenwisselingen, zonder dat die de bedoeling van de dialoog domineren.
Presenteer het liefst personages die op een herkenbare manier zelf al de neiging
hebben om zo indrukwekkend mogelijk te klinken, dichterljk rauw, romantisch
meimerend of banaal allitererend te lallen. Echte stervelingen doen dit ook.
Woordkunst overstijgt doelgroepen en is voor het publiek een fijne bonus.
Als ik het rapportcijfer van een toeschouwer nu even zo concreet mogelijk
maak:
6 : vindt het een hele redelijke inspanning voor de gevraagde toegangsprijs.
8 : benoemt de voorstelling als een bijzondere ervaring.
10 : zal iedereen spijt bezorgen die er niet bij was.
Welk cijfer denk je dan te krijgen van de denkbeeldige toeschouwer, aangenomen dat het best denkbare productieteam is ingehuurd?